Home1000 pound belooning dood of levendPagina 59

JPEG (Deze pagina), 857.88 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

ll
e j Wegens de branding moest het schip ongeveer een halve
11 zeemijl van het land af het anker werpen. Met een flinken,
r~ zwarten Hollandschen controleur, die de taal der inlanders
1, Tl machtig was, gingen wij aan land om hier ons geluk te be~
.~ proeven. Ook ik was tegenover deze laatste mogelijkheid een
,§ beetje sceptisch gestemd. Wel was ik voor het uiterlijk vol
11 , vertrouwen, maar na al die onverwachte teleurstellingen had
k . jg ik maar weinig hoop. En moesten wij ook hier onverrichter­
zake weer weggaan, dan wist ik er geen raad meer op.
d In zeer verdrietige stemming liepen wij langs het strand.
e { Onze hoop was al vrijwel tot nul gedaald, toen ik een oud, A
1. { vijf meter lang vaartuig op het zand zag liggen; wel zag het
n A ding er allesbehalve vertrouwenwekkend uit, maar onder deze
g omstandigheden trok het mijn volle aandacht.
zt ,,]e wilt toch in dezen notedop de Celebes­zee niet over·· .
1. j steken ?" vroeg Schönberg met een onzekeren lach.
11 Ik herinnerde hem eraan, dat de duivel in nood zelfs vliegen
.e eet, waarop Schönberg antwoordde, dat dit in ieder geval niet
êïl levensgevaarlijk is, maar dat deze boot... Enfin, hij zeide, `
ie wat iedere landrot in dit geval zou hebben gezegd, en ik
moet toegeven, ook voor menigen zeeman zou de gedachte,
n ïf met dit bootje over de zee te moeten dobberen, nu juist niet 4
g N aanlokkend zijn geweest.
Maar wie mocht nu kieskeurig zijn, waar feitelijk geen Y
it andere mogelijkheid bestond om uit deze klem te komen? _
i~ Ook bij die gelegenheid ben ik niet erg lichtzinnig geweest.
k i;§ Ik gaf een paar flinke schoppen tegen alle planken van de Y
n uitgedroogde boot, en eerst toen zij deze proef doorstaan
had, liet ik haar in het water brengen om verder onderzoek ,
xt te doen naar hare zeewaardigheid. nl
i- Schönberg, de zwarte controleur en de Kanaken, die met V
1, open mond stonden toe te kijken, keken mij zegevierend aan,
t, · en in hunne oogen stond duidelijk te lezen, wat zij allen in _ ë`
ij hunne respectievelijke moedertalen dachten! Nu, wat zeg je nl
n ij er nu van? Zeker, een mooi gezicht was het niet, te zien
1. hoe het water in kleine fonteintjes door de naden drong, den
:r bodem bedekte en zienderoogen hooger steeg. Maar wie ‘
n g kon onder deze omstandigheden anders verwachten van een
1t fi boot, die zeven maanden lang in de tropische zonnehitte i
2. _ gelegen had! Deze aanblik schrok mij niet af. Als maar eerst _‘
ll' e A
' / Y
ss {
à