Home1000 pound belooning dood of levendPagina 58

JPEG (Deze pagina), 862.18 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

j V N
Het kon niet lang verborgen blijven, dat wij naar de l
Philippijnen wilden. Zoodra de boot den volgenden morgen ïë
het anker uitgeworpen had, begonnen wij opnieuw te infor~
‘l meeren. Het was om te gaan wanhopen. Op alle drie plaatsen, ii
die de ,,Pijnacker Hordijk" aandeed, bereikten wij, niettegen~
staande al onze moeite, ons doel niet. ,j
jj Onze laatste hoop was op Taruna gevestigd. Daar begon ,
de boot hare terugreis. Wat echter te doen, wanneer ook . jj
daar geen zeewaardig schip was te krijgen?
Hoera, ditmaal kregen wij op onze vraag een bevestigend
jlil antwoord. Maar" het hinkende paard kwam achteraan. De T
{lj? eenigste boot was juist afwezig, doch zou weldra terugkomen. F
Om in onzekerheid hier aan het strand verlangend te zitten 1
!?§_§Q uitkijken naar een schip, dat misschien ten slotte toch nog
gi . onbruikbaar zou blijken ·­ zulk een vooruitzicht kon mij niet _!
bekoren om in deze overigens prachtige kleine baai te blijven.
Om onverrichterzake met de stoomboot terug te keeren kwam
ff evenmin in mij op. Na een kort overleg greep ik de derde
. mogelijkheid aan.
,,Kapitein, wij beiden zouden gaarne uwe boot huren. Hoe ·
_ duur komt ons de reis naar Morare? j
Dit was een van de noordelijkste eilanden; misschien vonden ff ;
( wij daar wat wij noodig hadden. Volgens mijne berekening ,
·ä duurde de tocht ongeveer zes uur. gi
Y Zulk een voorstel was den kapitein klaarblijkelijk nog nooit F.! ;
gl Q t gedaan. Nadat hij van zijn aanvankelijke verbazing was be~
E Q komen, noemde hij een bedrag, dat ik billijk vond. Dadelijk f
il jj]?. ging ik ermede accoord en zoo konden wij ons voor eenigen j
tijd als heer en meester van het schip gevoelen. 1
`ïjgäla Waren wij maar in Taruna gebleven! Maar wie kon dat 1
, vooruit weten! Iuist toen onze boot uitvoer, liep er een Ameri­
‘f·é‘L‘ kaansche schoener binnen, die, zooals wij naderhand vernamen, 4
. j rechtstreeks van hier naar Manila zou gaan. Nu was het te laat, · 4
maar ik treurde niet lang meer over de gelegenheid, die wij j ]
zooeven hadden laten voorbijgaan. Troiïen wij in Morare een {
·Qj;§_§ schip, dan zou een heerlijke zeiltocht ons schadeloos stellen. ]
Daarvan heb ik altijd erg veel gehouden. Hoe de zaak er later ii 1
j lf in werkelijkheid zou uitzien, kon ik nog niet vermoeden, En j J
j ‘. Schönberg vertrouwde zóó op mijn ervaring als zeeman, dat 52 l
jg hij zich in deze dingen blindelings bij mijn oordeel neerlegde. l _ Q
! J. lïi
t 54