Home1000 pound belooning dood of levendPagina 46

JPEG (Deze pagina), 833.84 KB

TIFF (Deze pagina), 5.45 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

· . .. Y . ~.:­ Y ­ ` A
jl .
l HI {
il l
C j;_ J
Wil? ,,Bent u de uit Singapore ontvluchte Duitschers ?" vroeg
{El hij in onberispelijk Duitsch. Een landgenoot! Toen ik een
bevestigend antwoord gaf, verklaarde hij doodkalm: ,,Dan
heb ik bevel u hier vast te houden. F
,j Natuurlijk kwam het niet in mij op, dit mij zoo maar te
laten welgevallen. Ik stelde mij voor als officier en zeide hem
mijn meening over deze zaak. Nu veranderde de man plot~ j
in seling van houding en sloeg een heel anderen toon aan. Onze
militaire discipline zat hem nog in het bloed. Hij was ook in ä
Duitschland onderoificier geweest, doch was daarna om mij 1
·. onbekende redenen in Hollandschen kolonialen dienst over-
` gegaan. ä
L Na wat heen en weer gepraat gaf hij ons den goeden
raad dit district te verwisselen tegen West­Sumatra. De grens I
l lag op twee~en#~dertig kilometer afstand. Hij was bereid ons
li; ` tot Bangkinan te vergezellen. jg
Nu kwam er een Maleische politie~sergeant op het tapijt.
,,Op bevel van den controleur van Siak moet ik u hier in jj
ieder geval vasthouden," zeide hij met een gezicht, waarop
wij lazen, dat het hem ernst was.
t Wat nu? Na eerst onzen maaltijd beëindigd te hebben, [
ledigden wij tegen den schrik eenige flesschen bier. Daarna ?
3 ‘ telegrafeerden en telefoneerden wij naar verschillende hemel-
Q ' streken om verlof tot verder reizen te bekomen. Nadat wij
. aldus hadden geconstateerd, dat men ons in Bangkinan niet ïï
1. zou lastig vallen, waren wij niet meer te houden. Vergeefs
i’j_ ·¥ dreigde de Maleier. Zoodra hij ons zijn rug had laten zien,
gingen wij er van door. Geleid door sergeant Sommer en
jj;. zijne Maleiers wilden wij de twee en dertig kilometer te {
E voet afleggen. F _
i { Door oerwouden en oneindige grasvlakten marcheerden wij
i . langs moeilijke wegen door de duisternis van den nacht. Na
l ‘ i` vijf uren bereikten wij Teratah boeloeh, waar wij onder den
. s blooten hemel sliepen. Bij het opkomen van de zon waren
1 wij al weder op marsch. Onze Maleiers zongen aardige liedjes,
" ' i kokosnoten maakten ons voedsel uit, armoedige hutten ons ë
`, A nachtverblijf. De hitte was bijna ondragelijk. Des avonds j
waren wij zóó door en door nat van het zweet, dat wij .
telkens, vóórdat wij gingen slapen, onze kleeren moesten uit~
wasschen.

‘ 42
lj
9