Home1000 pound belooning dood of levendPagina 44

JPEG (Deze pagina), 866.12 KB

TIFF (Deze pagina), 5.44 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

'; . ·.r a. -T­~;ï ïïïr ;£;­,_f»f. { .,,' ,4;.T«.{_;;’,;;’..,, ~·­··§,.,,°‘ -·'·;«n-;¥Y i°";"""“¤ $;‘ï"‘_';$’*=¤¤- . meer .­
j; `
l ‘· Y
Al
I
schers, Engelschen en wereldoorlog voor hem vreemde be-
grippen, en te probeeren zijn geest te verlichten, beschouwden Q
jij ·á wij als een geheel overbodige poging. Y
iïigji Begeleid door het halve dorp begaven wij ons naar een ,!
aan het uiterste einde gelegen leegstaand huis, dat ons als
woning was aangewezen. Daar wij ons in het Maleisch ver·· l
L; Y staanbaar konden maken, werd het `volkje zeer vertrouwelijk ·;
SW en bracht ons alles, wat wij noodig hadden. {
; Komisch was de wijze waarop de inlanders kokosnoten j W
Qïj ; verzamelden. Bijna bij ieder huishouden behoorde een kleine j
l` aap, die met verbazingwekkende handigheid hiervoor zorgde. J
Men joeg hem met een touw om het lijf den boomstam op.
Met kennersoogen zocht hij daarboven de vruchten uit, die E
3; rijp 'waren, en had hij zijn keuze gedaan, dan plukte hij ze
‘ en wierp ze naar beneden. Zooiets had ik nog nooit gezien. B
Qi ` Wij zagen hier vele inlanders met litteekens en zware ver~
wondingen, die zij aan tijgers te danken hadden. Toen wij
aanstalten maakten om den nacht op de veranda door te QL
brengen, ried men ons dringend aan slechts met gesloten
f; deuren te slapen. Dikwijls waren daarbuiten menschen door
wilde dieren overvallen. ïç
ii Eenigen van mijne makkers gingen eerder dan ik slapen. ;
f Terwijl ik nog een sigarette rookte, hoorde ik uit de duisternis
H voetstappen naderen en plotseling riep iemand in het Duitsch: ‘
ik ‘ ,,Goeden avond, mijnheer! Bent u de oiïicier van de ,,Emden" ?" jj
I l Dat was eene verrassing! In een oogenblik waren allen
Q. ‘ weer op de been en omringden den vreemdeling, die weldra L
voor ons een goede vriend zou worden. 3
‘ j ,,Ik ben de controleur van het Kampardistrict," begon hij
j ll zijn verhaal. ,,Toen ik in Poeloe Moeda hoorde, wie de rivier
I I waren opgevaren zeide ik dadelijk tot mij zelf: die heeren moet
je leeren kennen. Met snelle roeiers ben ik u gevolgd, maar
1 niet alleen uit nieuwsgierigheid. Ik bewonder uw land en het E
I r zou me genoegen doen u te kunnen helpen. Zulke onder~
· nemende heeren als u zouden ook zonder mij den weg naar
. . ‘ Padang wel kunnen vinden, maar liever zou ik u een ander
I voorstel doen. In Poeloe Moeda ligt mijn stoomboot. Wam
neer u wilt, breng ik u daarmede naar Selatpandjang. Om
vandaar naar Padang of Deli te komen gaat minder be- B
zwaarlijk dan vanuit dit nest." `
40