Home1000 pound belooning dood of levendPagina 35

JPEG (Deze pagina), 831.47 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

Voordat wij instegen ·­· het was intusschen half twee ge-
worden »­· was het een algemeen handen drukken en om~
armen van onze Indische vrienden. Eenige dollars, die wij
_ hun gaven, zullen hen, naar ik hoop, er rijkelijk mede ver-
ï zoend hebben, dat wij aan hun verlangen, hen met ons mede
ä te nemen, niet wilden voldoen.
· Reusachtige lichtbundels uit Engelsche schijnwerpers schoten
door den nacht. Of zij ons zochten? Wie kon het weten?
Maar al hadden de speurders nu nog zulke scherpe glazen
‘ gebruikt ·­· het zou hun nooit gelukt zijn ons in de booten
te ontdekken. Onder matten en zeilen lagen wij als pekel~
` haringen tegen elkaar gedrukt op den harden bodem. Elk
. oogenblik drongen lichtstraaltjes door kleine reten en kieren,
i maar wij gevoelden ons veilig. I
E Dit heerlijke gevoel moest ons schadeloos stellen voor die
ellendige ongemakkelijkheid, waaronder wij allen leden. Het
zweet liep ons in stroomen uit alle poriën; men meende te
stikken; en dan dat harde bed! Men lag met het halve lichaam
tl op een ander, maar op zijn andere helft drukte het weer des
ä te meer. Ik benijdde de koelies, hoewel zij tegen den stroom
oproeiende waarlijk geen licht werk hadden.
Meermalen werden zij aangeroepen. Maleische politiebooten
j schenen er toe aangewezen te zijn om de vaargeul af te
Q zoeken naar alles, wat verdacht voorkwam. ,,Wij varen om
te visschen," luidde het op slaperigen toon gegeven antwoord.
j Ongehinderd liet men ons verder gaan. ,
I Kan de lezer zich wel voorstellen, hoe eindeloos lang ons
_ die nachtelijke uren vielen? Aan slapen viel niet te denken.
. Onze geest was veel te opgewonden door al de afwisselende
avonturen van dezen nacht. Daarbij stond ons het gevaar,
weder te worden gepakt, dreigend voor oogen. Dat de [
‘ Engelschen zouden beproeven ons de schuld te geven van
die voor hen minder aangename gebeurtenissen, wisten wij
nu al vooruit, en zulk een zware beschuldiging zou onzen T
toestand natuurlijk niet verbeterd hebben. .j
· Eindelijk tegen negen uur 's morgens bereikten wij de K
, meest Zuidelijke spits van het schiereiland van Achter~Indië. q
Verborgen tusschen dikke mangrovenstruiken, die langs den ;_
oever groeiden, lieten wij drie stoombooten, op weg naar 21
Singapore, vlak langs ons heen gaan. Toen de lucht gezuiverd
g 31
1
Ei ’)