Home1000 pound belooning dood of levendPagina 34

JPEG (Deze pagina), 837.23 KB

TIFF (Deze pagina), 5.39 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

_,;jj_ uw-"_r“_I ná ``_' I" """·""§ '''Y """";`;;;'“T vv .·.. . ~. -.. ,... we ,
jr I
j I
li

wat wij noodig hadden! Zij bleven staan voor een van de
op palen gebouwde hutten. Op hun kloppen verscheen er
in het raam een slaperig gezicht en opende dapper geeuwend
sf; , den mond. Een echte zeerooverskop. Van verrassing, zooveel g
äigg menschen voor zich te zien, was niet veel te bemerken.
En nu begon er een lang heen en weer gepraat. De grond
;= brandde ons onder de voeten, maar Maleiers zijn nu eenmaal
Ff! I het meest luie volk op Gods wijde wereld, en die bruine mijn-
heer, met wien wij hier kennis maakten, scheen al bijzonder _
bang voor werk te zijn. Onze verleidelijkste aanbiedingen lieten ä
hem totaal koud. Een wonder, dat hij ons niet eenvoudig op A
fl;] straat liet staan om weer op zijn mat te gaan liggen. ä
{Q ’ Daarbij waarschuwden ons de Chineezen voortdurend voor
!; I soldaten, die in dit dorp moesten zijn. Dat ons doen en laten, j
evenals het hunne, het daglicht niet kon velen, beschouwden g
zij als vanzelf sprekend. Ons optreden toch was voor Euro~
g peanen al heel ongewoon.
Plotseling zagen wij twee gedaanten uit de duisternis op- li
rijzen. O hemel ·­~ uniformen! Op hetzelfde oogenblik zagen I
wij tulbanden. Dus Indiërs! In een oogenblik was de stemming
§`Q weer omgeslagen.
Wat jammer, dat het nu volgende tafereel niet vereeuwigd
kon worden! Toen de Indiërs begrepen, wat er in Singapore ;·
.. gebeurde, en dat wij Duitsche gevangenen waren, die aan Sy
! de handen der Engelschen wilden ontkomen, kenden beiden `E
g I hunne vreugde niet. Dadelijk toonden zij ons hunne vriend~
-· schappelijke gevoelens door ons een voor een te omarmen. I
_`, Hoe de langste onzen kleinste te pakken kreeg en aan zijn · '
‘ I hart drukte, zal ik nooit vergeten! ` `
‘ Onze zaken werden door deze ontmoeting boven verwach­ ‘
ting begunstigd. In betrekkelijk korten tijd waren wij de I i
I gelukkige bezitters van twee platte booten, uit boomstammen ·
gemaakt, ongeveer vijf meter lang, en flinke Maleische jongens ‘
stonden gereed om ons naar Groot~Karimon te roeien. ‘
· Aan het strand was het een hartelijk afscheid! De beide l
` Indiërs wilden bepaald mede, maar zij moesten inzien, dat '
de booten door ons al genoeg gevuld waren. Ik was wat · I
blij over deze deugdelijke reden, want door hunne uniformen
« zouden zij ons op Hollandschen bodem zeker in moeilijkheden f
hebben gebracht. ‘
30 ‘ ‘
. E