Home1000 pound belooning dood of levendPagina 28

JPEG (Deze pagina), 853.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

l A I UI ’;;' ":`W`“mW`W"Iv ·
iï ·
.)~‘_
g l I I
uil
’j»Q>_j Het waren betrouwbare menschen, en aangezien de groote
dag niet meer ver was, antwoordde ik meesmuilend: ,,]a, ik
heb iets in den zin. Wanneer het zoover is, zult jelui het
hooren. Zoudt jelui gebruik willen maken van een gelegenheid
om te ontvluchten?" , Ii,
`_`` g“’ Geestdriftig antwoordden zij bevestigend. g ’
De laatste der vier dagen brak aan, de l5d<·= Februari 1915. ]
I een voor mij omvergetelijke datum. Niemand had lust om I
iets te doen. De vraag, of de Indiërs hunne bedreigingen
zouden volvoeren, bracht aller gemoederen in beroering en
gj, was tamelijk wel het eenige onderwerp, waarover men sprak.
irl Zonder het minste blijk, dat er iets werd voorbereid, l
«· kropen de morgenuren voorbij. Om de innerlijke onrust te
~~ bestrijden, dwong ik mijzelf dien namiddag om met eenige
l anderen te schaken. De nu volgende gebeurtenissen staan mij
Ff nog heden in alle bijzonderheden voor oogen en zullen ook ·‘g
W niet licht uit mijn herinnering gaan. Nauwelijks hadden wij
eenige zetten gedaan, of er viel een schot, waarop dadelijk
meerdere volgden. In groote opgewondenheid stroomden van
E alle kanten de gevangenen op hooger gelegen punten samen,
gi , vanwaar men over de ijzeren omheining kon kijken.
ä De Indiërs hadden de rollen goed verdeeld. In een oogenblik j
waren de schildwachten doodgeschoten of door de bajonetten ’
r neergestooten. Men zag de Engelschen in allerijlwegloopen, ¤
Q maar geen enkele ontkwam den dood. ' •l
I En nu stormden de inboorlingen het kamp binnen. Opge~
wonden zwaaiden zij hunne wapenen en uit veler oogen sprak ’
l` bloeddorst. Anderen jubelden van vreugde over de gemakkelijk ‘
’ behaalde overwinning en beduidden ons in afgebroken woor~ _ `
- den en gebaren, dat wij vrij waren en met de daarbuiten
liggende schepen konden wegvaren. Plotseling voelde ik mij _ `
l onder gejuich omhoog getild. Een tulband werd om mijn hoofd ’
, gewonden. Aldus hoopte men met zacht geweld te bereiken, _
“ wat ik beslist geweigerd had: nl. dat ik mij aan de spits van `
de beweging zou plaatsen en alle gevangenen te zamen met
` de opstandelingen tegen de stad zou aanvoeren. Natuurlijk
liet ik mij die rol ook nü niet opdringen. Om maar van de ll
Y Indiërs, die van alle kanten op mij aanstormden, los te komen,
troostte ik hen met later! Om acht uur zouden zij terug·» '
komen en ons wapens brengen. Intusschen wilde ik maat- l F
24 `
. l