Home1000 pound belooning dood of levendPagina 26

JPEG (Deze pagina), 830.37 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

JL
tïè j` l
ligt? I
Wie in hun land vecht, komt nooit terug, want wie niet in
lj den strijd valt, sterft van koude." Zoo ging hij nog een poosje
voort, en daarop wilde hij van mij iets naders over den oor­·
‘·€?; log hooren. Met schitterende oogen hoorde hij mij aan, toen jj;
il ik hem van de groote overwinningen van ons leger vertelde `
en van den tocht van onze ,,Emden", die op de Indiërs een
grooten indruk gemaakt scheen te hebben. jammer genoeg
kon ik hem niet zeggen, hoe hij en zijne metgezellen het hen .
bedreigend gevaar zouden kunnen ontkomen, hoe gaarne ik
g- ook onze kameraden in de loopgraven deze achthonderd "
{Q dappere tegenstanders van het lijf zou hebben gehouden.
jj Zichtbaar getroffen door hetgeen hij gehoord had, maakte M
hij zijn diepe buiging en verdween in den nacht. «
it Reeds den volgenden dag vroeg hij mij, of ik een Indischen
ofllcier zou willen ontvangen. Dit kwam mij te gevaarlijk _
voor; een sergeant echter, die zich met hetzelfde verzoek if
tot mij richtte, wees ik niet af. Een landgenoot, die lang in
j Bombay gewoond had en Hindoestansch sprak, deed dienst
« als tolk.
{ · ,,.,Emden"­ofHcier," begon de groote kerel, ,,u zult ver·­
nemen, waartoe wij besloten zijn. Onze meesters hebben j
ï bepaald, dat wij moeten sterven, maar eerst moeten alle j
Engelschen in Singapore het leven laten. Wij zullen onze
I wapens tegen hen keeren, en u, ,,Emden"~oHicier, moet onze ï
aanvoerder zijn."
’ I Ik bedankte den man voor zijn vertrouwen, maar zeide
V hem ronduit, dat ik de onderneming doelloos achtte en dat
‘ ik in ieder geval ervan moest afzien om aan den beraamden
" · opstand deel te nemen. En dit waarlijk niet uit genegenheid «
I voor de Engelschen. Zij hadden den eertijds in de koloniën l
geldenden stelregel, dat in den strijd tegen de kleurlingen de
” blanken elkaar steeds moesten helpen, als ballast over boord l
geworpen, zoodra dit niet meer in hun kraam te pas kwam. lj
l En hoe verlangde ik ernaar, weder gewapend tegenover hen ’ .
te staan! Maar te duidelijk zag ik in, waartoe hier, afgezien ,
van elke verbinding met het vaderland, een opstand moest ` ,
leiden, en het trok mij niet aan als belhamel van opstande~ E 1
I lingen een roemloozen dood te sterven. Aan den anderen
kant zag ik er de noodzakelijkheid niet van in, den Indiërs ,
het woord te prediken: ,,Weest aan de overheid, die boven ‘ g
22