Home1000 pound belooning dood of levendPagina 13

JPEG (Deze pagina), 833.66 KB

TIFF (Deze pagina), 5.43 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

_ ____ ` “" `-ï " r`;­f:f?è'ïT eg :
,,Vaarwel" voeren zij weinige oogenblikken later in den ‘
' kotter weg.
Dezen dag bleven de ,,Exford" en de ,,Buresk", het tweede
kolenschip, nog dicht bij den sierlijken, grijzen kruiser. Tegen
li, zes uur werd de ,,Exford" weggezonden. Kapitein von Müller
jj wenschte ons goede reis, wat ik met het signaal ,,Veel succes l"
j beantwoordde. Ten slotte gaf men ons nog de waarschuwing
lx mede: ,,Engelsche kruisers in de nabijheid!" »-· het laatste
lj wat ik van onze ,,Emden" heb gehoord.
{Q De zon ging bloedrood onder. Toen ik in dit wonder~
je schoone, tropische kleurenspel het sierlijke schip zag ver~
Q dwijnen, overmande mij plotseling het gevoel: ,,]e ziet het .
lj nooit weder." Naast mij keek bootsman Müller, een voor~
j, malige stuurman van den kotter ,,Hohenzollern", de ,,Emden" 'V
jï na. Zwijgend knikte hij, toen ik hem mijn vermoeden ver­
{ telde. Klaarblijkelijk had hij hetzelfde gedacht.
Deze bootsman, een machinist en dertien matrozen van de
,,Emden", benevens zeventien Chineezen van de opgebrachte
Engelsche stoomboot ,,Troilus", die tegen betaling stokers- ;
dienst deden, vormden mijne geheele bemanning. Ik had het
schriftelijk bevel, op een punt, ongeveer duizend zeemijlen ‘
verder gelegen, op de ,,Emden" te wachten, zoolang de proviand
strekte, en voer aldus met een bepaalden koers op mijn gemak
den nacht in.
Q Ons eerste werk was het inrichten van een station voor
{ draadlooze telegrafie, dat van de stoomboot ,,Chilkana", die
g' wij hadden laten zinken, afkomstig was. Weliswaar konden
g` wij zelf nooit bericht geven, maar vingen de eerste dagen -
{ vele berichten op. Deze waren in cijferschrift en dus niet te j
ontcijferen, maar in ieder geval konden wij eruit opmaken, J
dat er iets bijzonders moest zijn gebeurd. Dag na dag verliep, ‘
zonder dat wij, ons nauwkeurig uitkijken ten spijt, iets van
de ,,Emden" zagen. Was het te verwonderen, dat wij daardoor {
deze talrijke draadlooze berichten met haar lot in verband
brachten? ’
lg ja, al streed men in zijn binnenste nog zoo tegen sombere ~ i Q
‘ gedachten en al troostte, men de mannen met een spoedig '
vroolijk wederzien: na dagen- en wekenlang werkeloos wachten à
verbleekte langzamerhand de laatste schemering van hoop. i
Natuurlijk lieten wij dit in ons doen en laten niet bemerken. S
z
9 l
. jsl