Home1000 pound belooning dood of levendPagina 128

JPEG (Deze pagina), 880.96 KB

TIFF (Deze pagina), 5.33 MB

PDF (Volledig document), 101.44 MB

Q
ed, en jj twee uur later dan de onze van Gjedser was vertrokken, is
lat hij door een Engelschen onderzeeër zóó nagejaagd, dat zij ten
zrking, . slotte niet anders kon doen dan uit eigen beweging op het `
n was strand te loopen. Wel zouden deze opteekeningen dan een
t mijn interessant hoofdstuk rijker zijn geweest, maar op dat oogen~ te
l zoo~ blik zag ik gaarne van alle verdere reisavonturen af, daar ik nog j
is vrij slechts één gedachte, één wensch had. Met onuitsprekelijk l
k niet ` verlangen keek ik voor mij uit. Toen ik eindelijk de Duitsche ;
zstand kust als een dunne streep boven den horizon zag opduiken... Y
Nord- i Wie mij kent, weet dat ik allesbehalve een sentimenteele `
voor kerel ben, maar wat ik op dat oogenblik ondervond, was een l
zon ik zóó overweldigend, nooit te voren in die mate gekend geluk, l
dat zelfs mijn vroeger ik dezen gevoelsmensch, die daar vóór ‘
anten { aan den boeg in stille eenzaamheid van het oogenblik genoot, j
atuur­ waarvan hij acht maanden gedroomd had, niet herkend zou
p het hebben.
mijne En alsof alles samengezworen had om mij, verharden kerel, .
schen T; eens voor een oogenblik zóó week te zien van ontroering, dat
.tbare hij zich ternauwernood bedwingen kon, kwam tenslotte nog de l
n En~ ‘ i volgende aanval op mijn weerstandsvermogen. Bij den aan· l
ai om H legsteiger in Warnemünde stonden veel meer menschen dan 4
L1 ge- · 1 gewoonlijk de aankomst van een boot naderbij lokt. In een F
ziken. , groep menschen onderscheidde men ook de uniformen en
want ‘ blinkende instrumenten van een muziek­corps. Dat dit iets »
rdige l met mijzelf uitstaande kon hebben, vermoedde ik in de verste j
inden verte niet. Al mijn aandacht was er op gericht, of ik ook l
j het bekenden kon ontdekken onder de reeds van verre wenkende
hoop menigte. Plotseling klonken bekende liederen over het water:
,,Deutschland, Deutschland über alles." Onder deze tonen l
naar kwamen wij dichter bij den oever en nu herkende ik mijne
de te j familie­leden. j
Maar wat was dat? Daar stonden niet alleen degenen, ‘ l
as in die mij dierbaar waren, en op wier aanwezigheid ik in stilte ’
:lonk had gehoopt ·­-« overal ontdekte ik vrienden en bekenden, `
leeft, die mij toejuichten. Langzamerhand ging mij een licht op,
en zoo ik nog getwijfeld had, wien deze feestelijke ontvangst
eren g gold ­­- het drievoudige hoera, dat op den teruggekeerden
j ,,Emden"~oHicier werd uitgebracht, gaf mij zekerheid.
ver· jï Wat ik op dat oogenblik gevoelde, zal ik niet trachten ‘
rchts weer te geven. Vermoedelijk kan men zich dat zelf wel ï
125