HomeEen woord van pas?Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 787.36 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 9.93 MB

ll
0
ook de meer gegoeden, die in eene vesting wonen, zijn
thans minder in staat om zich voor langen tijd van het
noodige bij tijds te voorzien, dan voor omtrent vijftig .
j jaren. Toen was het gebruikelijk, dat bemiddelde ia-
‘ milies op gezette tijden een’ voldoenden voorraad van
levensmiddelen opdeden, terwijl thans de gewoonte zoo
goed als algemeen is, dat de dagelijksche behoeften ter
markt of in den winkel elken dag op nieuw ingekocht wor-
den. Het is alzoo niet te verwachten, dat de burgerij van
versterkte volkrijke, aan de grenzen des lands gelegeno
l steden. zich tegenwoordig bij tijds van de voor eene ern-
stige verdediging benoodigde levensmiddelen voorzien kan.
Een gevolg hiervan is, dat de bevelhebber van zulk
l eene vesting niet alleen heeft te strijden tegen den
vijand van buiten, den belegeraar, maar ook tegen den nog
gevaarlijker vijand van binnen, den hongersnood in de stad
‘ met zijnen nasleep, als alle mogelijke ziekten, epidemiën
j en opstanden der eigene bevolking, toestanden die reeds
dikwijls eene spoedige overgave noodzakelijk maakten, en
i voortaan nog meer te duchten zün dan voorheen. Men
gl zal zich toch niet kunnen ontveinzen, dat de lijdelijke
l ondergeschiktheid in alle volksklassen afgenomen is.
Ondanks alle krachtsinspanning kan eene versterkte
volkrijke plaats, vooral als zij grensvesting is, alzoo
thans geen’ langdurigen wederstand meer bieden, en
verliest zij mitsdien hare waarde als steunpunt voor het
eigen leger, terwijl zij aan het doel, om den vijand in zijn
oprukken tegen te houden niet, of hoogst gebrekkig, be-
antwoordt. Millioenen aan geld en aan nationaal vermogen
worden voor en gedurende het beleg besteed en verspild,
en toch zal de verdediging van zoo korten duur zijn, dat zij
het land geen voordeel en der bezetting geen eer aanbrengt.
l 1
ll I