HomeIets over het verdedigingstelsel van België naar aanleiding van "de schadelijke vestingen"Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 947.43 KB

TIFF (Deze pagina), 7.88 MB

PDF (Volledig document), 9.92 MB

• .

5
ook aangenomen, waarbij een erediet van 15,561,170 franken werd aangevraagd,
mecrendeels voor den aanmaak van getrokken geschut, doch waaronder 1,100,000
franken waren begrepen voor het afbreken van een gedeelte der werken van
Mons, dat nu als vesting gesupprimeerd werd , en het aanbrengen van eenige
veranderingen aan de werken der bovenstad van Charleroy, en de citadel te
Namen; wordende de werken der benedenstad van Charleroy en die der stad
Namen ook gesupprimeerd.
In Maart 1860 is met de nieuwe werken te Antwerpen een aanvang ge-
` maakt, en deze arbeid tot dusverre met eene bewenderenswaardige kracht
voortgezet, gelük ook de inrigting der werken zelve atleri7tew·kzeacerdz'gst mag
, genoemd worden , en geheel en al in overeenstemming is met de vorderingen die
’ de artillerie in den laatsten tijd heeft gemaakt.
Dit alles bewijst echter nog niet dat België nu een zoe geheel onberispelijk
i verdedigingstetset heeft verkregen. Volgens de verklaring, afgelegd door den
generaal Cnsziu., in de zitting der Kamer van Vertegenwoordigers van den
l 17den Augustus 1859 , zal dit stelsel bestaan in:
1°. eene groote strategische positie (Antwerpen), die tot basis van operatie
en tot toevlugtsoord in geval van tegenspoed voor het leger kan dienen;
( 2**, de vestingen Diest (1) en Dendermonde, dekkende de linie van de Rupel, l
de Demer , de Dijle en de Nethe , en nog eenige andere plaatsen die den
~¢ orçïen evertogt en de verdediging der twee groote rivieren zullen oer-
) zekeren.
Hierdoor zal men bruggenhoofden behouden op de Maas en de Schelde,
’ en forten onder welker bescherming de nationale weerstand zich in het
p geheele land zal kunnen organiseren.
J In die verklaring lag nog veel onbepaalds; men zou er tevens uit moeten
opmaken dat er nog nieuwe werken zullen noodig zijn tot dekking van die linie
i van de Rupel, de Demer , de Dijle en de Nethc, zooals dan ook door de Staats-
; Commissie van 1851 was voorgesteld , voor de defile’s van Aerschot en Mechelen; H
veldwerken zonden daar echter vermoedelijk voldoende zijn (2). N
( Bij de discussiën over het budget van oorlog voor 1865 in de Kamer der
Belgische Vertegenwoordigers, verklaarde de generaal Cnaziti. zich (in de zitting "
van den 20sten Januarij 1865) eenigzins nader. Daaruit bleek dat het verde- ‘
digingstelsel van België zal bestaan: 1
1°, uit de vestingen die de Schelde beheersehen , namelijk Doornik , Gend (de
eitadel) en Dendermonde; ‘
2°. uit die aan de Sambre en Maas , namelijk de beide eitadellen te Luik, de
eitadel te Heey, die te Namen, die te Dinant en de bovenslad van
Charleroy;
5°. de vestingen Ostende en Diest, en
(I) Diest was primitief aangelegd tegen Nederland,
(2) Vóór 1830 is er (1017) ook reeds sprake geweest van het versterken van het zuidelijk ge«
deelte van Mechelen, zoo ook van het bevestigen van Hasselt - daarna (1824) van het aanleggen
eener groote vesting in de vallei van de Demer, hij het gehucht Oosterleo
V/ig
"l«i`’