HomeIs het rendabel grasland met stikstof te bemesten?Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 23.98 MB

4
~ De heer S. H. Ytsma tc Zuid-Dragten was zoo welwillend de
proef met groote nauwkeurigheid te nemen en dank zij zijn goedc
zorgen en de gelukkige omstandigheden, waaronder wij dit jaar
mochten werken (de proef werd niet gestoord door ziekten in
het veebeslag) is de proef tot een goed einde geraakt. Naast een
woord van dank aan den proefnemer een woord van dank aan j
den heer M,. Zwart, amanuensis aan de R. L. W. S. te Dragten.
die zich belastte met het nemen der monsters en het onderzoek *
der monsters op vetgehalte. Een gelukkige omstandigheid was
het, dat de heer Zwart vroeger melkcontroleur aan verschillende
zuivelfabrieken was en daardoor met het bedoelde werk zeer
goed vertrouwd. Voor de gratis-verstrekking van meststoffen I
tenslotte een woord van dank aan den leider van het bovenge-
noemde Land- en Tuinbouwbureau, temeer, omdat wij geheel vrij
werden gelaten in den opzet en de uitvoering der te nemen proef.
Wat de opzet van de proef betreft het volgende: ’
` Twee stukken land van omstreeks gelijke grootte zouden be-
hoorlijk worden bemest, waarna één perceel nog een extra be- ,
mesting met Zwavelzuren­Ammoniak zou ontvangen. Beide per-
ceelen zouden beweid worden met evenveel koeien, die zooveel
j mogelijk met elkaar moesten overeenstemmen. Bij het nagaan der
, aanwezige dieren, bleek het evenwel onmogelijk twee gelijkwaar-
` dige groepen van proefdieren te maken en daarom werd besloten ‘
de beide stukken land om beurten door zooveel mogelijk dieren
te laten afgrazen. Wij kwamen overeen, dat iedere weideperiode
vijf dagen of een veelvoud daarvan zou duren, en dat iedere vijf
dagen de koeien zouden worden gecontroleerd op hoeveelheid
melk en op gehalte der melk.
Voor de proef werden genomen twee stukken land, welke bij
opmeten resp. 3.0 en 3.2 H.A. groot bleken te zijn. De beide proef­
perceelen verkeerden in zeer goeden toestand: de zode was goed
en dicht en er was een laag teelaar·de aanwezig van ongeveer
30 c.Nl. Beide perceelen lagen even hoog en vlak bij elkaar, toch
was er wel eenig verschil in vruchtbaarheid. De proefnemer achtte
perceel I (ter grootte van 3.0 H.A.) iets beter dan perceel II. Om
de proef vooral niet al te gunstig te doen uitkomen, werd daarom _
besloten dit laatste perceel de extra stikstofbemesting te geven;
kwamen er in den loop van het jaar duidelijke verschillen ten gunste · r
r der extra bemesting, dan zouden die dus niet aan de betere kwali-
teit van het land kunnen worden toegeschreven.
Bemesting in 1925.
Beide perceelen werden bemest met gier en werden tot omstreeks ,
half juni geweid. Toen werd één snede hooi gewonnen, waarna _ {
nog bemest werd met Zwavelzuren Ammoniak berekend naar 1%
T baal per H.A. Toen het gras weer goed en wel aan den groei was,
werd het land geweid, behalve de helft van perceel II, waarvan
een tweede snede hooi werd gewonnen.
1
. r E
. j '