HomeIs het rendabel grasland met stikstof te bemesten?Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 23.98 MB

l
r
i 1
l 21
-2
l
is daarvan de oorzaak. Temeerïwint deze verklaring aan waar-
j schijnlijkheid nu het den proefnemer is opgevallen, dat van het
houtgewas, dat rondom de beide perceelen staat, de bladen en
- de jonge twijgjes werden afgevreten van het hout, dat om het
t N­perceel groeide, terwijl zij van het hout rondom het n-perceel
j bijna niets tot zich namen. Ook door dit voedsel tot zich te nemen
jg hebben de dieren dus getracht het relatieve tekort aan droge stof
Q op.te heffen. 1)
J - Bij de bespreking van het verkregen cijfermateriaal is er reeds
. op gewezen, dat uit deze proef de vreemde conclusie getrokken
” moest worden, dat de zware stikstofbemesting geen gunstigen
t invloed had uitgeoefend op de melkgift der dieren, maar dat er
wel een duidelijk gunstigen invloed viel te constateeren betreffen-
E de het vetgehalte der melk. lk wees er reeds op, dat deze conclusie
z eenigzins vreemd was en daarom tot voorzichtigheid moest leiden.
ï Verklaarbaar wordt dit vreemde verschijnsel echter weer, indien
2 wij aannemen dat het hooge gehalte aan ruw­eiwit van het gras,
T afkomstig van het N-perceel, een relatief tekort deed ontstaan
ï aan droge stof. Uit de grafische voorstelling op bladz. ll blijkt, dat
1 in de voorzomerperiode practisch geen verschil in melkgift valt
A te constateeren op beide perceelen. Een depressie der melkgift
( komt eerst in de midzomerperiode op het N-perceel voor den dag
"’ (pag. 12). Ook dit feit is in overeenstemming met de gegeven
° . verklaring. ln de voorzomerperiode toch zijn beide perceelen nog
_ r rijk aan stikstof. Uit het sub A vermelde op pag. 3 volgt, dat de
gierstikstof spoedig uitgewerkt is; vandaar dat in de midzomer-
periode het gras op het n-perceel armer wordt aan ruw-eiwit, met
_ tot gevolg een betere verhouding tusschen ruw­eiwit en droge stof,
. waardoor de dieren op dit perceel thans wat meer melk geven
` dan op het N-perceel.
; r Bij de voortzetting van de proef in 1927 zal getracht worden
2 het bovenstaande vermoeden nader aan de werkelijkheid te toet--
f sen. Mocht dan de gegeven verklaring juist blijken, dan acht ik
l het niet uitgesloten, dat door bijvoedering van stroo of andere
ruwvoedermiddelen het effect van de zware stikstofbemesting nog
- is te verhoogen. Ook dit zal dan zoo mogelijk nader onderzocht
? worden.
j Te.r nadere motiveering van de door mij geuitte veronderstel-
·j ling als zou een relatief tekort aan droge stof oorzaak zijn van
de afwijkende verschijnselen, waargenomen op het N­perceel (op-
, ` vreten van minder smakelijk gras rondom de mestpollen, afknab-

§ 1) Deze waarneming staat niet op zichzelf. Bij de enkele lezin-
; gen welke ik over deze proef hield, werd ook deze waarschijnlijke
verklaring naar voren gebracht. Het bleek, dat meerdere pachters,
welke hun weide zwaar met stikstof bemestten, hetzelfde ver-
. ' schijnsel (sterk afvreten van houtgewas) hadden waargenomen.
-r