HomeEen kleinigheid voor GenemuidenPagina 6

JPEG (Deze pagina), 417.79 KB

TIFF (Deze pagina), 5.06 MB

PDF (Volledig document), 7.22 MB

Lt
Hoor ’t lied dat bij d’arbeid
Luid sehalt in het rond,
i ’t Getuigt van geen lijden en smarte.
Beklaag haar niet, wier jong gelaat
Zelfs niet den minsten zweem verraadt
Van schoonheid, die ’t oog kan bekoren;
En als misdeelde wordt beschouwd,
Wijl haar die schat niet werd vertrouwd,
Zoo mild vaak aan and’ren beschoren.
Want derft ze ook, wat veelal
1 Der jonkheid behoort, 1
Ontbreekt haar die gave li
‘ ·‘ Die boeit en bekoort,
Niet arm is de jeugd van zoo’n leven;
Want ’t hart dat zich jong voelt,
Heeft in zich een schat j
Van steeds frissohe hope, {
Die ’t donkerste pad Q
Met een straalkrans van licht weet te omgeven. Q
Beklaag die jonge doode niet,
Die reeds zoo vroeg deez’ aard verliet, j
En naauw in d’ eersten bloei van ’t leven,
Al haar illusiën en vreugd, ï
De droomen eener blijde jeugd il
Aan ’t koele graf moest overgeven. .
=‘
l

va