HomeEen kleinigheid voor GenemuidenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 418.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.05 MB

PDF (Volledig document), 7.22 MB

13
Kennis, ’k noem ’t een bron van zegen,
Dvvaas, wie haar bezit niet eert,
Maar nog dwazer, wie geleerdheid,
Als het éénigst goed begeert.
’t Hart des menschen vraagt iets meer toch,
Dan wat pracht en weelde biedt,
En bevreêging voor dat vragen,
Vindt het bij die schatten niet.
’t Hart des menschen, ’t eischt iets hoogers,
Dan °t genot aan schoon verknocht,
En voldoening voor dat eisehen,
Wordt daarbij vergeefs gezocht.
’t Hart des menschen smacht en hunkert,
Naar iets meer dan kennis geeft,
En dat rneerdre geeft ze 't hart niet,
t Hoe ’t verstand ook opwaarts streeft.
°t Hart des menschen vraagt naar liefde,.
Tot haar drijft ons hart ons heen,
En Wie nooit haar kende in ’t leven,
Is wel de armste hier beneên.
De armste van Gods rnenschenkindren,
Schoon hij schat bij schat bezat,
En natuur met duizend gaven,
Hem op ’t mildst bevoorregt had.