HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 9

JPEG (Deze pagina), 768.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

`
1
e_ 7
l inachtneming van het heerlijke beginsel gelijk regt voor
l allen, die banden zoo innig, zoo hecht, zoo krachtig mogelijk
l te maken, en doe dit streven in zijne Grondwet en andere
wetten zoo duidelijk mogelijk uitkomen. Volgens mijne
l bescheidene meening, dragen letter en geest van onze
l tegenwoordige grondwet van een dergelijk streven blijk; is
, het duidelijk, dat men bij het in het leven roepen van die
wet een dergelijk standpunt heeft ingenomen en voor den
T vervolge heeft willen zien ingenomen, en beoogt de Grondwet
i eene zooveel mogelijk krachtige en veelzüdige ondersteuning
l en begunstiging door den Staat van alle in Nederland
~ erkende kerken, in het volbrengen van hare moeijelijke
l gewigtige en onmisbare taak. Doch men is het, gelijk ik
l straks zeide, daarover niet eens. Men is het er zelfs niet
4 over eens, of het nuttig en noodig is, dat de grondwet dit
. standpunt inneemt. Men zegt het van verscheidene kanten
luide: de grondwet kent geene godsdienstige belangen, en
behoeft zich om niemands godsdienstige belangen te be-
4 kommeren. Wetezzsclzappelg)'lee belangen, luunstbelangen, ja,
dàt is wat anders. Een beroep op de grondwet zou mij hier ‘
dus weinig vooruitbrengen. Daarom dan maar geappelleerd
aan aller godsdienstige belangen. Godsdienstige belangen,
à men moge er medelijdend over glimlagchen, men moge ze
; als uitgediend, dood verklaren, de overgroote meerderheid
il der Nederlandsche Natie kent, heeft en waardeert ze,
Goddank, nog. En zoo mün godsdienstig belang en dat
V mijner geloofsgenooten voor mij de hoofdreden van dit
j schräven is, heb ik toch gemeend in het opschrift dezes,
i dit belang als het ware te vereenzelvigen met aller be­
langen; met het algemeen godsdienstig belang.
Het Joodsch-godsdienstig belang is ontegenzeggelijk een
` bijzonder godsdienstig belang, en wanneer wij, als Neder-
Q landsche burgers er desniettemin voor opkomen, dat de
L staat in zijne wetten met dit belang rekening houde, en
r het zelfs behartige, dan doen wij dit in zooverre de staat
l
l
x