HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 8

JPEG (Deze pagina), 780.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

I l
l 6 =
gj voortdurend gebruikt door de verschillende godsdiensten, l
die, gesterkt door den stoffelijken band eener kerk of van
Q een kerkgenootschap of van eene onvermengde afstamming, l
j door de eeuwen heen tot ons zijn gekomen.
j Voorwaar die staat handhaaft het krachtigst het godsdienstig
‘ beginsel en hü wordt er op zijne beurt sterk en magtig door, i
die zich geheel vereenzelvigt met het beginsel van ééne J
j kerk , van één kerkgenootschap. WäHHG€1` b. v. geheel Neder-
ti land werd bewoond alleen door Katholieken, of alleen door
Protestanten, het is m. i. onbetwistbaar dat Nederland dan
of een Katholieke of een Protestantsche Staat kon en moest
zijn. Ook uit een zuiver constitutioneel oogpunt, kon alsdan i
, daartegen geen bezwaar bestaan. Wanneer, volgens de leer l
j _ van den modernen staat, het volk invloed moet hebben op
den aard en de wijze zijner regering, een invloed dien men
K zelfs zóó groot wil hebben, dat de regering eigenlijk grooten- j
deels bü het volk berust, dan moet - wanneer het volk
geheel volgens de leer zgner kerk wil worden geregeerd -­ alzoo
ook geschieden. Nu echter dit land even als andere beschaafde 4
landen wordt bewoond door belüders van verschillende gods-
diensten, en het schijnbaar nieuwe maar toch oude in ieder ge-
. val godsdienstige beginsel, dat het godsdienstig geloof van den
een gelijk regt van bestaan heeft als dat van den ander,
’• begonnen is meer algemeen tot zgn regt te komen, en {
als grondwettig regeringsbeginsel is aangenomen, kan en
i mag er van een staat verbonden met ééne kerk geen l
sprake meer zijn. Het hooger, het godsdienstig beginsel op V
zich zelf, mag de staat echter niet loslaten; daarom was
vroeger ééne kerk de drager van dit voor den Staat on- l
ontbeerlijke beginsel, nu zün het alle kerken, die binnen zijne
' grenzen, door hen die tot haar behooren, vertegenwoordigd
il zijn. Kan hg niet voor allen zijn wat hü vroeger voor ééne N
ill was; kan de band die hem met die verschillende kerken lj
moet verbinden niet zóó hecht niet zóó innig als die van 4
de vroegere verbindtenis zijn, hij streve er naar met strenge ‘
l
l
x