HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 77

JPEG (Deze pagina), 699.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

l
‘ 3
` noemen. Neen! niet met al die gelooverij wil ik te doen heb·
ben. Hetvgeweten, dat brengen wij allemaal mee in de we-
reld. Daari hebben 'wij genoeg aan. Dat zegt mij, dat ik
voor mijn vrouw en kinderen moet zorgen ­- en voor mijzelven
‘ wel te verstaan, en daarmede basta! ’t Hemd is nader dan
i de rok; niets om niet; als je ze snijden kunt dan moet je
het doen. Dat zijn we aan vrouw en kinderen verplicht.
Dat is beter dan alle gezeur van christelijke liefde. - Hé
daar jongens! allah de deur uit! vervloekte bengels." Dit
A laatste was gericht tot zijn jongens, die vrij onzaeht uit zijn
. ‘ winkel op straat werden gegooid.
,,Keurt jou geweten dat alles goed?" vraagt Dirk.
j ,,Wel ja. Wat anders ?"
l ,,Een raar soort geweten,_dat er op nahoudt, vriendje!
l Je schreeuwt me wat al te hard om het te gelooven, maar
anders beklaag ik jou en je vrouw en kinderen er bij."
,,Welzeker. Nu nog mooier. Ja, je bent nog niet zoover
i als ik, maar ten minste op den goeden weg. Je zult ook wel
l zoo wijs worden."
,,God beware mij er voor!” zegt Dirk en gaat spoedig voort,
daar Pieter reeds uit het gezicht is. Zijn vroolijke stemming
was weg. Maar neen! ik moet er tegen in, denkt hij. Mijn
vrouw mag er geen last van hebben. Morgen ga ik eens met
‘ Z mijnheer praten.
Dirk weet ’s maandags wel een oogenblikje te vinden en mijn-
_ heer, vriendelijk als altijd, vraagt: ,,Hebt ge weer wat, Dirk?"
,,Jal Mijnheer; ik ben aan het soezen over ’t geweten ,”
_ en hij vertelde zijn ontmoetingen van Zondag. ,,Ik hoor altijd
met instemming het geweten een stem Gods noemen en onzen
K besten gids in het leven. Tegenover mannen als Oom gevoel
ik wel dat ik recht heb. Maar als ik zoo hoor praten als door
‘ dien buurman, dan denk ik: Heeft Oom niet een beetje gelijk?
Een raar geweten, zei ik zelf. Dat ze van zoo iets niet altijd
E met eerbied spreken begrijp ik.”
,,Nu ik wil je zeggen wat ik er over denk, en dan moet
je er zelf ook nog maar eens over nadenken. ’t Geweten noe­·
men te recht een stem van God, maar daarom brengen
wij het niet volmaakt mede ter wereld. ’t Moet geoefend
gil _ .