HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 75

JPEG (Deze pagina), 768.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

‘%
synagoge , van hare ceremoniën en godsdienstgebruiken bedoelt,
._ en die, wordt zij ten einde toe afgeloopen, inderdaad de gren-
­ zen van het Jodendom zal doen overschrijden. Onder haar ·
invloed is het onderwijs in de Joodsche scholen aanmerkelijk
verbeterd, de prediking in de landtaal bijna alom ingevoerd,
de eerbied voor de stiptheid in het waarnemen van volstrekt
nuttelooze praktijken aanmerkelijk verzwakt; ja, de vooruit- ·
strevenden, tot deze richting behoorende, hebben reeds uitge-
sproken dat het uitsluitend aankomt op hetgeen zij de begin-
selen van het Jodendom noemen: de aanbidding van één God
en een deugdzamen wandel. Wij erkennen in deze beweging
eene vrucht der groote beginselen, door Jezus aan het licht
gebracht, doordringend als een znurdeesem ook tot hen, die
nog niet den naam van Christen dragen. Want Jezus, innerlijk
vrij van de wet omdat hij in zijn eigen hart zelf de stem en
I het gebod des Vaders hoorde, Jezus het eerst heeft die
i onderscheiding gemaakt tusschen gebrekkige en onvergankelijke
bestanddeelen in wet en profeten. Daarom, wie gaarne den
Jood de broederhand wil reiken, hij juiche genoemde pogingen
tot innerlüke hervorming van het Jodendom toe, bevordere
ze waar het hem mogelijk is. »
· Al de christelijke kerken hebben een groote schuld tegen-
· over het Jodendom. De Roomsche kerk met haar beeldendienst,
heiligenvereering en aan het heidendom ontleend ceremoniëel,
de Protestantsche kerkgenootschappen met hunne leerstelsels,
hebben het reine Christendom voor den Jood onkenbaar ge-
maakt, hem op naam van Christendom iets aangeboden, waar-
van Jezus zelf niets heeft willen weten. Wij verblijden ons,
r dat onze tijd in staat is den Jood het Christendom beter te
­ doen kennen, dat veel van hetgeen vroeger te recht den Jood
r weerzin inboezemde door de Christenen zelven als onchristelijk
erkend wordt. Ongetwijfeld, op het gebied der godsdienstbe-
­ grippen is meer wederzijdsche waardeering dan vroeger, voor-
t bode misschien van latere samensmelting tusschen de vrijzin-
1 nigen onder Joden en Christenen.
e Dit alles is iets, maar toch waarlijk niet het hoogste, niet
it het voornaamste, `Verstandelijke verlichting heeft hare waarde,
e maar zij is de waarachtige vroomheid, de christelijke geest
le ` zelf nog niet; hoofdzaak moet ons blijven, door ons eigen
il