HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 73

JPEG (Deze pagina), 697.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

l
E
`
l
l JM? ms.

l r DE BEKEERING DER J ODEN.
l
l Zullen de Joden nog eenmaal Christenen worden? Langs
i welken weg is, zoo niet der Joden overgang, dan toch hunne
· toenadering tot het Christendom te verwachten?
j Misschien kwamen, toen in het vorige jaar te Amsterdam
. het tweehonderdjarig bestaan gevierd werd der Portugeesch·
Israëlietische Synagoge, deze vragen meer dan gewoonlijk bij
ons op den voorgrond. Wij willen trachten er eenig antwoord
’ 0 te vinden.
j PHoe de Joden te winnen voor het Christendom? Omdat over
J Christendom en christelijke waarheid zeer onderscheiden gedacht
wordt, zijn ook de wegen, die tot bereiking van genoemd
doel worden aangeprezen en ingeslagen, zeer verschillend.
j Zij, die zich zelven met zekere voorliefde vrienden van
Israël noemen, spreken veel van eene nationale herstelling van
ï· Israël, waarbij het, van dwaling overtuigd en tot erkenning
K " van den vroeger verworpen Messias gebracht, in zijn geheel ‘ Z
. naar het land Kanaän zal terugkeeren en de stad Jeruzalem
E het middelpunt zijner heerlijkheid worden; het duizendjarige
l rijk zou dan aanbreken en de Christus, als Koning, uit
j Jeruzalem geheel de aarde beheerschen.
j Hier verwacht men dus Israëls bekeering van een won-
j derdadige goddelijke tusschenkornst en uitwendige omkeeringen.
Wij zeggen met groote vrijmoedigheid, dat, indien dit Israëls
l bekeering tot het Christendom moet heeten, het te gelijk de
E omkeering van het ware Christendom zou zijn, want hierin
l heeft Jezus den echten godsdienst, als aanbidding in geest
j en in waarheid, onafhankelijk verklaard van elke plaats,
l ook van Jeruzalem.
i De gewone gematigde orthodoxie laat dan ook de verwach-
l ting van het duizendjarig rijk ter zijde, en bepaalt zich bij C
j haar zendingswerk onder Israël hoofdzakelijk tot de poging
» om het bewijs te leveren, dat in Jezus van Nazareth de, naar
i hare rneening, in het oude testament voorspelde Messias ver-
j schenen zou zijn.
l
l
1
rr