HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 72

JPEG (Deze pagina), 789.15 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

, ""rï"“"" "! r-ï~;e­;~~-=·­··~~--~--~-·-vv-W H
jp jj W .. .. A ·‘‘ ‘*‘"""’""""""`""`”"`
.ï l
j i I
= j
ig 3 !
i l li
· Gij zijt er niet vriendelijk door geworden. Ik lees ook wel E
in den Bijbel, maar niet zoo’n geheelen Zondag. Ik heb
dikwijls genoeg aan een enkel woord om eens over te denken.
` A « Eén ding moet ek echter nog uit. Van mij moogt ge zeg-
gen wat ge wilt. Daar ben ik niet bang voor, als mijn I
L geweten mij maar vrij spreekt. Van mijnheer echter wil ik
‘ ? geen kwaad hooren. ’t Is de beste man van de wereld. Van j.
I het goede zal hij mij niet afhouden, en Zondags gaat hij .
al altijd te voet naar de kerk, niet omdat hij het voor zonde j
houdt te rijden, maar omdat hij weet dat ik ook graag _
, naar de kerk ga/’
I ,,Man! Man !· spreek nxij niet van ,,geweten”. Ach! wat zijt
. ge op den weg van eigengerechtigheid. God en Christus niet »
EI , noodig. Geweten - een mooi woord voor natuurlijke en
Hi ’ onwedergeboren menschen! Een best man die mijnheer -­ ja J
jl wel, maar bekeerd is bij niet: van de waarheid wil bij niet
i weten. Het woord Gods verachten om die zoogenaamde
Godssïem daarbinnen ­- ja, ik weet wel hoe jelui nieuwliclv I
I j ters spreekt. Alsof de mensch niet onvermogend is tot eenig j
A goed! Je eigengerechtige en wereldsohe zin, je pleizierma·
kerelust op Zondag, dat noem je geweten? _
I _ ,,Nu Oem, ik ga naar mijn vrouw. Wij moeten onze Zon- _ J
’ dagsstemming niet bederven. Ik kom weleens terug in de week;
maar gij moet niet driftig worden. Als ge denkt dat ge gelijk
hebt, dat is goed; maar dat meen ik ook, en Paulus zei immers: j
Ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle overtuigd. Ik acht; I
’ 4 het niet kwaad maar goed mijn jongen. pleizier te doen." j
En Dirk gaat heen. Jammer is het ­­ spreekt hij in zich
V zelven ­­ de man is andere niet kwaad. ’t Was dom. Ik had j
i er aan neoeten denken en hem niet onnoedig ergeren. ,
,,I·lé Dirk-roept daar Ooms buurman die juist op de stoep j
jj staat -­ hoe heb je het er afgebracht? Braaf aan den stok
jj gehad met den ouwe? Ik dacht toen ik je zag gaan: wel,
die zal den wind van voren krijgen?
I ,,Nu ja!" zegt Dirk, ,,hij vond verkeerd wat ik deed, 1
ij j terwijl mijn geweten er geen kwaad in ziet.” j
,,F!ink zoo, Dirk, bent mijn man. ’t Geweten, ja, dat ;
is ’t hem. Die bijbel en al dat gezeur ·- larie! In de
kerk -­-­ bah! mijn geweten zou mij een scbijnheiligen fielt
E
l
` !
I
t. g
we