HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 71

JPEG (Deze pagina), 705.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

M 146.
HET GEWETEN EN DE WET
_ DES HARTEN.
F (Vergelijk hierbij Romeinen II : 14, I5.)·
,,Lastig is het toch soms. Zelf oordeelen, zelf zoeken, zelf
U ,_ vinden ­­- goed en wel! Maar je weet niet altijd wat je er
l van te denken hebt. Toch moet ik mijn weg door het leven
j vinden en ik wil graag goed leven."
j Zoo mompelt Dirk, de koetsier van mijnheer Vriend, terwijl
hü op een Maandagmorgen bezig is het tuig wat op te poet­
sen. De Zondag had hem een beetje in de war gebracht.
` Nadat hij ’smiddags een uurtje met mijnheer op rid geweest
was, was hij er met zijn jongen op uitgegaan om den nieu-
T wen vlieger op te laten. Het weêr was er juist goed voor,
en toen de vlieger goed en wel opging had Dirk evenveel
pleizier als Pieter. Terugkomende waren zij bij oom Jakob
ingegaan, maar dat kwam verkeerd uit. Luistert slechts.
‘ ,,Dirkl Dirk! Is er geen schaamte meer in je? Durft ge
zóó bij mij in huis komen? Geeft ge niet meer om God en
zijn gebod?" zegt Oom.
Dat valt Dirk koud op het lijf. ,,Wilt gij mij liever niet
j in huis hebben, Oom? dan moet u het maar zeggen. Ik
3 kwam even een praatje maken".
‘ ,,In huis hebben? Dat is te zeggen -­ met z0o’n bengel
van een jongen en zoo’n vod, en dat op Zondag ·- neen!
Ik dacht het wel. Die rijke man zal jou hoe langer hoe
meer op den weg des verderfs brengen. Jij werken, de paar-
den werken en mijnheer pleizier maken en dan mijnheer de
koetsier ook voor zijn pleizier er op uit- en dat heet: den
Dag des Heeren houden? Stuur dien jongen weg en hoor
wat ik hier lees in Gods woord. ’t Is juist goed voor godde-
looze sabbatsehenders als en je mijnheer."
,,Pieter, ga maar vooruit, jongen, ik kom dadelijk weer
bij je," zegt Dirk, en Piet, die reeds bij de deur staat en
angstig zijn vlieger vasthoudt, is in een oogenblik buiten op
· straat. Daarna gaat Dirk voort: ,,Lezen moesten wij nu maar
j niet, Oom. Ik zou er niet door gesticht worden, vrees ik.
1/.·