HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 70

JPEG (Deze pagina), 814.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

Y l"‘ »<:-=···1~·~=;·J·~~~---~-~·-~­-_­_.. c
jg 1 ., r _ e .;.& --m.....m..-.h
l.; i
jj; g .
‘ i
.; i ‘
r ; 2
tj hij zich. Doch dit daargelaten. -­­ Gij meent, dat de waar-
2; r heid der orthodoxe richting hieruit blijkt, dat uw vader, haar
toegedaan, kalm is gestorven. Maar, mijn hemel, denk een j
i oogenblik na en gij gevoelt het onware eener dusdanige bewe· :i
' _ ring. Dat een mensch, met deze of gene belijdenis op de i
­ , lippen, kalm van de aarde scheidt, bewijst niets, niets ter 4
i_ wereld, voor de waarheid die1· belijdenis. Of zoudt gij meenen, -
dat de heiden, die zich in züne tempels voor zijn afgods­ j
beelden heeft neêrgebogen, niet kalm kan sterven? Zijt gij
van oordeel, dat de jood, die, zijn leven lang, getrouw is j
`­ geweest aan de voorschriften van zijn godsdienst, niet gelukkig i
` kan zijn in zijne laatste ure? Is het uwe overtuiging, dat
l het einde des Mohammedaans onzalig moet wezen, omdat hij
de halve maan boven het kruis, en Mohammed boven Jezus `
j plaatste? ~
Zij allen kunnen gerust sterven, en toch zult gij er niet
jï " aan denken toe te stemmen dat een hunner de waarheid bezit.
l Een iegelijk, die wat hij geloofd heeft en beleden, geloofd
en beleden heeft met ernst, met hart en ziel, kan gerust _
de toekomst tegengaan. De vraag toch is hierbij niet of
hetgeen hij geloofde, op zichzelf waar was en dus ook door
, iedereen als waarheid moet worden erkend, maar of hij zelf
het te goeder trouw erkende en eerbiedigde.
Dat bouwen op een belijdenis, dat zich vastklemmen aan een ’
j geloof, vvaarmeê vader of moeder geleefd hebben en waarop
J, zij gestorven zijn, het is eene verderfelijke dwaling, die den
` doodsteek toebrengt aan ontwikkeling en vooruitgang, den ijver
· vermoordt en de verdraagzaamheid buiten de deur plaatst.
E Let eens op de Roomsche kerk. Zij beroept zich ook steeds
i op het woord en de belijdenis der vaderen. ,,Wat altijd,
lj overal en door allen is aangenomen, dat verdient algemeen te
{ worden geloofd", zoo spreekt zij en, zich hieraan vastklemmende,
Ip houdt zij elke ontwikkeling en elk streven naar beter tegen. De
g _ geboorte der Hervorming was in Rome’s oog een misdaad, de
i à leer der Jansenisten schijnt haar verwerpelijk en het pogen
` i der Oud·Katholieken in onze dagen komt haar voor oproerig te
zijn. Natuurlijk, immers de helden der Reformatie, de geest-
verwanten van Jansenius en de Oud­Katholieken streefden en {
streven naar iets anders dan wat Rome geeft. `
rz.