HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 63

JPEG (Deze pagina), 737.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

59
resultaat, en wel als uitsluitend resultaat van de revolutie
beschouwt, veroordeelen en verfoeijen, dit neemt niet weg,
dat het leeft, dat het nog krachtiger leven zal en moet.
Zóó het beginsel: gelijk regt voor allen. Aan U ligt het
grootendeels of gij, met en onder de hoede van dit be­·
ginsel, dat nu eenmaal en Goddank een heerschend beginsel
is geworden, zult kunnen doen voortleven wat U dierbaar
en heilig is; of, dat gij, door een halstarrig toegeven aan
een minachtend en vijandig neerzien op dit beginsel, aan
uwe ergste vijanden, de radicalen van de overzijde, vrijen
voet zult geven om met dit beginsel naar hartelust om te
springen en er hun doel mede te bereiken. Zij immers willen
afbreken, zooveel en zoo spoedig mogelijk, zich beroepende
op het beginsel: gelijk regt voor allen. Gü moet -het moge
U smartelijk vallen ­- U tegen hunne onstuimige moker~
slagen behoeden door toepassing en uitbreiding in liberaal
conservatieven geest van hetzelfde beginsel: gelijk regt voor
allen. Gij kunt en zult het uwe behouden, door het ook
aan anderen te gunnen en te geven, door indachtig te zijn,
dat de erkenning en beveiliging van het regt der minder- ·
heden in onzen tijd juist de zekerste waarborg is tot hand~
having van het gelijke regt der meerderheid.
Ten slotte zij het mij vergund nog een kort woord te
rigten tot U, mijne geloofsbroeders. Moge de kracht en de
. vorm van mijn betoog op de voorafgaande bladzijden te _
wenschen overlaten, mogt ook gij meenen gegronde kritiek
te mogen maken op het een en ander, daarin voorkomende,
van ééne zaak houd ik mij vast overtuigd, namelijk, dat gij
zeker niet minder dan ik, innige liefde en vereering koestert
voor onze gemeenschappelijke godsdienst, welker belangen
mij nu wederom de pen deden opvatten. Over de waarde en
i beteekenis van die godsdienst behoef ik u niets te zeggen,
i, gij kent ze even goed en misschien beter dan ik, en waar
ä