HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 58

JPEG (Deze pagina), 812.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

i a
$9
‘ vooruit te komen op de basis, waarop wü in tal van eeuwen,
wel is waar, met horten en stooten en zelfs met tüdper­
ken vftn schünbaren of vverkelüken stilstand en achteruit-
@*3 gang, toch immer vooruitgegaan zijn; en om niet verzeild
i' te geraken op een weg, waarvan de basis nog moet gezocht
’g worden? Waar men nu ook tot ons,belüders der Mozalsche
godsdienst, van zamenwerking spreekt, of schijnt te willen
i` spreken, daar moet ik U , orthodoxe mannen der Christee
luke kerken in Nederland, toch vragen: moet die zamen-
werking dan alleen van onze - de Joodsche ­­­ zijde ge- ,
zocht worden? Het is waar, het thans levende geslacht
A kan niet aansprakelük gesteld worden voor hetgeen vroegere
j geslachten hebben gedaan. Bij het standpunt, door die kerken
r . vroeger, toen zij eene oppermagtige alleenheerschappü,
ook wat het wereldlijke betreft, bezaten, tegenover ons en
{ onze godsdienst ingenomen, zullen wij dus niet stilstaan.
Wij zullen ook veel wat in het tijdperk, waarin wh leven,
, fi aan dat vroegere standpunt doet herinneren met den mantel r
H der liefde bedekken. Toch voel ik mij gedrongenute vragen:
k, zoo het hart nog niet overal en zoo geheel anders is dan i-
5 vroeger, zegt uw verstand u niet, ook van uwe züde de
bakens wat te verzetten? Een nieuw geloof, of beter ge-
` zegd, een geloof, dat in onzen tijd meer algemeen op den i
voorgrond is getreden , heeft langzamerhand vele aanhangers
(i , gevonden. Het is het geloof aan de onfeilbaarheid der zoo-
j genaamd vrtïe wetenschap (alsof dit niet de meest onvrije,
i de kiem van eigen ontbinding in zich omdragende weten-
schap is 7). Het zal, na ons een eind achteruitgebragt te
hebben, verdwijnen, gelijk zooveel verdwenen is; doch ziet
i I gij niet duidelijk, dat wij een ­­- misschien zeer lang ­-­
A tijdperk te gemoet gaan, waarin dit geloof zeer sterk zal
i worden, en groote heerschappij zal uitoefenen , vooral in den
l staat; dat het veel in zijn vaart zal medeslepen, en zal
S trachten door de magt van den staat alle ander geloof te
vcrdrukken en te verdringen? Bevroedt gij het niet, dat de
I
i " i¤ H