HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 57

JPEG (Deze pagina), 766.57 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

ik 53
schap wil; zoo ook en nog veel minder mag hü gedoogen,
dat van hem uitga eene wetenschap, die de basis van het
regt, het geloof aan den Hoogsten Regter, die de binnen­·
kameren en schuilhoeken van ’s menschen hart ziet, zoude
t willen aantasten; dat in zijn naam en met zijne middelen i
eene wetenschap worde gevormd, die het geloof aan den Al- i
magtigen God, die basis van orde en gezag, waarheid en deugd,
en dus de grondzuilen van den staat zou willen trachten
omver te stooten of aan het wankelen te brengen. Onze staat
i kan en mag zich niet vereenzelvigen met één godsdienststelsel
en dit ook niet begunstigen omdat zijne burgers verschillende
godsdiensten belijden. Hü kan dus ook geen godsdienst leeren,
ä doch waar bij de groote verscheidenheid van godsdienststel-
sels, de overgroote meerderheid der burgers het toch eens
is op dit ééne punt, nl. dat er godsdienst moet zyn en geen `
ii materialisme , moet de staat die vrijheid moet laten aan allen (
ii ook tot dit laatste, dáár waar hij optreedt in naam van allen
en ten behoeve van allen, en dat nog wel als leermeester, even-
eens duidelijk verklaren, er zij godsdienst. Hij heeft dit
dan ook door de oprigting der faculteit van go dg ele er dh ei d ~
j duidelijk verklaard. Waar hij, bij het middelbaar- en lager
j onderwijs, eveneens optreedt niet alleen als leermeester maar
` ook als opvoeder, mag hij het verklaren niet alleen, maar b
! is het in onzen tijd zelfs zeer dringend noodig. Eene for- Q
mule dus in de wet op het lager onderwüs als ik op deze
bladzijden nog eens onder de oogen van den lezer heb ge-
bragt en die de formule in art. 23 der tegenwoordige wet
zou moeten vervangen, is dus volkomen vereenigbaar met
het standpunt van onzen staat in zake godsdienst, van
welk standpunt duidelük is gebleken door de oprigting der
faculteit van godgeleerdheid, met welk feit mijne formule is
volkomen in harmonie.
En nu is zamenwerking mogelijk, om te bereiken, wat
met redelijkheid te bereiken is; om ook in dc toekomst
E
l