HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 54

JPEG (Deze pagina), 821.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

ill r
l

i , A
; il 4 %52
i
{
jj te trachten naar volmaking en versterking van het regt ,
zou moeten gedoogen, dat de weg, dien men daarbij vroeger
X bewandelde, heden wordt verlaten, en dat men de stelsels,
i die men vroeger huldigde, nu den rug toekeert. Doch i
even als de staat bij de gelegenheid, die hij geeft tot het
r verkrijgen en vermeerderen der regtsgeleerdheid, welke
gelegenheid dus moet strekken om den omvang en het ge-
ëä halte van die geleerdheid te doen toenemen voor ééne
t i ’
zaak moet waken, nl. dat dit alles geschiede ten bate van
à_ en in de uitsluitende dienst van het regt; opdat het regt
j gz hoe langer hoe meer uitgebreid, bevestigd en versterkt
j worde, zoo ook zegt de naam, aan de nieuwe faculteit ge-
ik i geven , dat de staat die met die faculteit de gelegenheid open-
stelt tot het verkrijgen en vermeerderen der godgeleerd­
heid, welke eveneens moet strekken om den omvang en
het gehalte van die geleerdheid te doen toenemen, evenzeer
4 eischt, dat dit ook slechts mag plaats vinden ten bate van en in
de uitsluitende dienst van het godsbegrip, opdat dit begrip
hoe langer hoe meer uitgebreid, bevestigd en versterkt worde.
lf En gelijk de staat door die regts eleerdheid 0 zi'ne beurt ij
, 2: g P J J
lf ten hoogste ebaat wordt daar het re t een zi'ner
Z6 D g 7 g J _,
hechtste grondzuilen is, en hij daarom steeds naar mid-
delen moet zoeken om hoe langer hoe meer een regtsstaat i
j . te worden, wordt wederom het regtsbegrip zelf in zijne
zuiverste en edelste opvatting. gesteund, geschraagd, on- ï
Q derhouden door de uitbreiding, bevestiging en versterking
l van het godsbegrip, zoodat de staat, die met dit godsbe­
grip staat of valt, dit niet mag loslaten. Zoo er desniettemin,
trots de beste bedoeling en het ijverigste streven, tijden
komen, waarin het regt stilstaat of zelfs aohteruitgaat, en
hij het niet kan verhoeden, zoo mag toch de staat niet
j dulden, dat men in naam van het regt hetzelve met opzet
belaagt. De staat mag geen regtsgeleerdheid kweeken en
[ koesteren, die er rond voor uitkomt dat zij het regt zelf
omver wil stooten, dat zü eigenlgk eene anti­regtsweten­»
l` j