HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 52

JPEG (Deze pagina), 822.70 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

j .
. l ' S
i S; ° *
J jj to s
I «E; M
alle wijsheid >>. Eene faculteit echter, waar een ander lijnregt
daartegenoverstaand beginsel van alle wüsheid wordt ten
i 'Qf troon verheven, is vijandig aan alle kerkgenootschappen, aan
alle godsdiensten in oneindig grootere mate dan het die,
jl zoo lang met eere bestaan hebbende theologische faculteit ï
voor het Hervormd Kerkgenootschap met mogelijkheid kon ‘
zijn. Het gevaar of beter gezegd de vijandigheid zou niet ­
alleen oneindig grooter, maar de begunstiging, die daardoor
aan de toch altijd betrekkelük weinige vertegenwoordigers
van ééne rigting van wereldbeschouwing zou worden ge-
i geven, zou eene nog onregtvaardiger, grievender ongelijkheid E
j ‘ dan de bestaande in het leven roepen.
i Ik zou het vorenstaande nog duidelijker kunnen maken,
[ E door eenigzins uitvoeriger stil te staan bü den aard en het ‘°
jj warekarakter eener faculteit van godsdienstwetenschap
en de resultaten, die zij onvermüdeläk moet opleveren, doch §
j ik zal dit niet doen, daar wg toch voor het een en ander
zijn bewaard gebleven.
De eerste faculteit aan onze hoogescholen zal voortaan
3 zijn de faculteit van Godgeleerdheid, dus eene tl1eologi­
gl sche faculteit ten behoeve van allen in den lande zonder ondere
j scheid van gezindte of kerkgenootschap, die theologie voor
zich of voor anderen noodig hebben. Of ze daarom voor
F . E die allen of voor slechts weinigen bruikbaar en voldoende il
ii . zal zijn? Of de vruchten, die zij zal kunnen opleveren, wel
andere of betere zullen zijn dan die, welke de <<godsdienst~
W wetenschap>> aanvankelijk had gegeven? ik weet het niet;
Ik geloof, dat dit ook zal afhangen van de houding, die de
i ° verschillende kerkgenootschappen tegenover haar zullen aan-; jj
nemen; of zg haar hooghartig den rug zullen toekeeren of
dat zij ook eens bü haar zullen binnentreden. Onze tijd is
I vooral eene prozaische, nuchtere tijd (hoewel dit laatste wel niet
· in alle opzigten waar is). Veel is hoofdzakelijk afhankelijk
j van <<vraag en aanbod.1> De nieuwe faculteit zal er zeker
j niet naar streven theologanten af te leveren, die naar den
l i