HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 50

JPEG (Deze pagina), 806.56 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

l ` ­ "" ` "ï?`l' ".. ;< - , _,____r _Y F________ vn 7* Wi -7 Y Y*Yv_Y ***7 Y mr Y

i g i
il l
J 48
i vruchten, maar door hen, die, zoo zij moonen, een open W
i oog te hebben voor wat de naaste toekomsl geven moet,
ff tevens met dankbaarheid en eerbied erkennen, dat slechts ‘
een nauwlettend waarnemen en waarderen van het vor-
ig ledene hun oog heeft geopend, en dat zij dus zoowel uit
Z gi het verledene als het heden tot de toekomst mogen con-
oluderen.
l Toen het wetsontwerp der Regering kwam met de be-
{ paling, dat er voortaan aan elke universiteit zouden zijn
vier, met name genoemde faculteiten, onder welke niet
j behoorde de theologische faculteit, zoodat in dit ontwerp L
l die zoo lang bestaan hebbende éérste faculteit eenvoudig
x werd opgeheven verklaard, zonder dat daarvoor eene andere
__· in de plaats werd gesteld, getuigde het eerste van eene l
i zekere beslistheid van overtuiging, het laatste van het i
tegendeel, doch daarin stond de regering niet alleen. Was I
‘ in de laatste tijden de overtuiging vrij algemeen geworden
ir omtrent het onhoudbare van den bestaanden toestand en
I, hadden daarom zelfs de trouwste en warmste vrienden der
i theologische faculteit, gelijk zg tot nu toe bestaan had,
fi zich reeds er aan gewend de opheffing dier faculteit als iets
i« onvermijdelüks te beschouwen, te meer daar zij toch nu
voor hen niet meer kon wezen, dat wat zg zoo lang geweest
i, ' was en wat zh ook nu nog zou moeten zün, omtrent de
4 vragen of er iets anders, en zoo ja, wat er zou komen in
de plaats van de op te heffen faculteit, heerschte de grootst
mogelijke twüfel en onbeslistheid, een twijfel en onbe­
slistheid, die wederom treffend getuigde van de groote
onzekerheid waarin men verkeerde omtrent de juiste ver- iv
houding van den tegenwoordigen modernen staat tot de
godsdienst, omtrent het standpunt van dien staat in zake
godsdienst en dus omtrent het ware karakter van den
tegenwoordigen modernen staat. Men kwam echter spoedig jl
uit den boezem der Tweede Kamer opdagen met een ;·
voorstel tot oprigting van eene nieuwe faculteit in de plaats J
l i
Lb