HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 48

JPEG (Deze pagina), 822.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

. ej ,
; ~
i L Fi N
l te
i toe bijdragen, dat de gemengde school zij en blijve zoo
· als daar even is geschetst? Zal men daardoor den toekomstigen
l onderwijzer, die daarmede geen vrede kan hebben, dwingen .
i ze toch tot basis van, tot rigtsnoer bü het opvoedkundig
gedeelte van zijne taak te nemen, en een inquisitoriaal
j ‘ toezigt op_ hem houden of hij steeds aan letter en geest van j
dit wettelijk voorschrift zal gehoorzamen? Ik antwoord: Y
Neen, het een en ander is onmogelük. De man, die hetzij ,
_ openlük, hetzg in de binnenkameren zijns harten een warm jl
belijder is van de eene of andere naturalistische, materia­
listische of realistische leer, die daaromtrent zijne idealen
heeft, en voor die idealen in stille geestvervoering aanbid­
i dend neerknielt, zal op onze eenvoudige en in zijn oog
E g zeer ouderwetsche formule misschien medelijdend neerzien, ·
;, ‘ zijn denken, zijn gevoelen en handelen kan hy toch
waarlük niet daarnaar rigten. Doch, hoe ook geavanceerd
j in de _nieuwe leer ­-- O heerlijke inconsequentie! -­ hij
houdt er toch, ik ben er vast van overtuigd, een niet-
naturalistisch, niet-materialistisch geweten, een gevoel van
eer en pligt op na, dat toch wel niet minder vlekkeloos
jl - en krachtig als dat van anderen zal zgn. Dit geweten, dit
gevoel van eer en pligt zal hem beletten een huichelaar te
zijn, zich te laten betalen voor eene taak, die hij niet of
j j slechts in een geest lijnregt in strijd met de wet, die hem
’ aanstelt, kan volbrengen; het zal hem weerhouden de school
i binnen te treden, waar van hem niet gelijk tot hiertoe,
E slechts gevergd wordt de leerlingen tot deugden op te leiden
en waar hem overigens het veld geheel vrij wordt gelaten,
maar boven welks ingang ook de bron van alle deugd voor
den met rede begaafden mensch, en zelfs voor hem, die
in zeer ruime mate van den boom der kennis genoten
heeft, het geloof aan den levenden, geregten, almagtigen
God met gulden letteren is gegrift.
Veel zou er nog te zeggen zijn voor mijne formule, doch
l is dit nu nog wel noodig? Tot de verschijnselen, die ik
lt
i ·
­