HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 44

JPEG (Deze pagina), 797.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

g 2
S t E
IC
j ° dit
i · het Joodsclrgodsdienstig standpunt, waarop ik mij in een
i groot deel mijner beschouwingen plaatste, deed velen,
‘ en wèl, van mij niet bevriende züden, voorbijzien, mis-
` kennen, dat ik mij, wat de hoofdquaestie betreft, uitslui-
, tend op een algemeen Nederlandsch standpunt plaatste.
C . Van deze miskenning, is bink gegeven in verscheidene
, kritieken of, beter gezegd, aanvallen, wier toon en
. inhoud ik nu maar niet zal qualificeren; doch die ook nu
nog naast waardige bestrüding en recensiën vol welwillend- j
ä j heid en sympathie eene nog al gevarieerde en dikwijls j
g E pikante lectuur aanbieden. ‘ I
jj I Omtrent mijn standpunt dus nog slechts dit:
ë Ja, ik heb het niet onduidelijk aangetoond, dat het Jo-
j i dendom (wel te onderscheiden van de individuen) reeds nu l
S in de groote en beslissende strijdvragen,die de maatschappij
" beroeren en die nog grootere proportiën zullen aannemen,
. een groot, een beslissend woord zou kunnen meespreken.
g t , Ik heb het vertrouwen uitgedrukt, dat mij bezielt, dat
i voor het Mozaïsme de toekomst, zij het eene zeer verwij-
j derde toekomst, is weggelegd; een vertrouwen, dat bij een ·
V aandachtig en onbevangen blikken in den steeds grooter
wordenden strgd onzer dagen,slechts versterkt kan worden.
Doch wie in deze mijne innige liefde tot mijne godsdienst,
, l in dit mijn vertrouwen in hare grootsehe toekomst, wil
i zien een minachten van het Christendom, hg miskent mij
i I èn - wat oneindig erger is ­­ liü miskent den geest,
i den aard van het Jodendom. De geloovige Jood ziet ook
in het ontstaan, het stand houden, de uitbreiding van het
Christendom, en zelfs in de vüandige houding van het
Christendom tegenover hem , den wil van een HoogerVVereld­ E
‘ê bestuur, den wil van den Almagtigen God. Zoo hij innig
W _t vertrouwt, dat na verloop van tüden zgn erfdeel ook het j
j erfdeel van allen zal worden, dan doorziet en begrijpt hij
l ook dat het verleden en heden daartoe de voorbereiding g
l zijn, dat, zoo later het Mozaïsme de groote taak van leider
i- l