HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 32

JPEG (Deze pagina), 801.44 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

~s
¢< j
jj
l
ïl
j 30 4
i ~ van hetgeen het Christendom voor een deel der wereld was, l
i van hetgeen het ook voor onze hedendaagsche maatschap-
pij moet zün en blijven nog voor eene zeer lange toekomst.
l Doch zü, die buiten elke kerk, buiten elk overgeleverd .
­ godsbegrip of godsdienst staan, en die dreigen langzamer-
hand in onze maatschappij het hoogste woord te zullen voeren ik
en oppergezag te zullen uitoefenen, zü zien in den tegen-
5 woordigen staat niet wat wü er in waarheid in zien, den
l Ohristelijk­modernen staat, den Christelüken staat gewijzigd
en aangevuld door hetgeen de Voorzienigheid voor ons als
· · vrucht der gebeurtenissen van 1789 heeft doenjrüp worden, ,,
maar den uitsluitend modernen staat. Zü voeren de geboorte ll ,
l van dien staat liefst niet verder terug dan tot 1789 en wel
meer bepaaldelijk tot die bewuste Vergadering van 17 Bru- .
_' maire (7 Nov.) 1793. (1) ~ ,
_ Ziedaar hunne blijde boodschap.
` Zij hebben de taak aanvaard op die basis voort te arbei- j
` den, en zü zullen het doen. Toen Mr. LEvY, de bekwame j
regtsgeleerde, in 1874 schreef: het staatsgezag heeft met
gemoedsbezwaren niet te rekenen, was hü schijnbaar in- j;
consequent, hij lette er schünbaar niet op dat, onze staat
feitelük met gemoedsbezwaren rekent en dan nog wel in
j strüd met het beginsel van gelük regt voor allen, alleen
met den uitsluitend Christelüken Sabbat en de uitsluitend
e Protestantsche feestdagen; doch hg zweeg er van, omdat
dit rekenen met gemoedsbezwaren voor hem inderdaad
* slechts feitelijk en niet regtens bestaat, en hij de tijd nog
niet gekomen, nog niet gunstig acht, om hetgeen hij regt
acht en moet achten regt te zijn, te verwezenlüken.
j . En wat nu betreft de bepaling, zooeven in de tweede plaats
. genoemd, ik vraag het in gemoede: heeft nu, nu de thans E
vigeerende wet dit punt in het midden laat, er geheel lj
over zwijgt, de praktijk niet geleerd, dat er bij het aan- jl
V (1) Thiers, Histoire de la revolution française, T­­I, p. 448, 449. J