HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 21

JPEG (Deze pagina), 749.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

_l 19
Q den en niet geheel stil gezeten, want wij hebben nog eene
groote grief, die dringend herstel eischt; zonder dit kun-
~ nen en mogen de belijders der Mozaische godsdienst niet
·, met eene vernieuwde en versterkte staatsschool een nieuw
j tüdperk intreden.
Q Met de Nederlandsche Grondwet in de hand kunnen en
l- moeten wü verlangen ja, eischen; dat een stelsel van benoe-
men der onderwijzers aan de openbare scholen gelijk de
i gemeenteraad der hoofdstad heeft goedgevonden in het
voorjaar van 1874 niet alleen in praktijk te brengen
lg maar als een deugdelijk, een regtvaardig stelsel als het
ware te proclameren, een stelsel waardoor het mogelijk
,_ was en blijft geschikte verdienstelijke op benoeming en be-
t vordering aanspraak makende onderwüzers van de openbare
uit’openbare kassen onderhouden scholen te weren omdat
j zü zijn <<belijders der Israëlietische godsdienst >>, dat een j
dergelijk stelsel van benoemen, dat leidt tot uitsluiting
{ om der wille van de godsdienst, tot gewetensdwang, door de
nieuwe wetten voor het vervolg onmogelük gemaakt worde.
j Het goed regt , dat ook belijders der Mozaische godsdienst
mogen en kunnen optreden als onderwijzers aan de open-
J bare scholen, heb ik naar de mate mijner zwakke krachten
doch met het gevoel eener onwrikbare overtuiging betoogd , en
niemand in den lande heeft eene andere overtuiging daar-
tegenover gesteld. Ik heb gezegd: <<het regt van den Jood-
<<schen Nederlander om tot alle openbare ambten en be-
, <<dieningen te worden benoemd en toegelaten, en daarbü
I <<loch de erkende voorschriften zijner godsdienst in acht te
cxnemen, is onaantastbaar; het staat in onze Grondwet
{ ageschreven, en slechts dáár, waar de praktijk of het pu-
' ccbliek belang het vereenigen van het een en ander om
j cmzogelyk maakt, moet de billijkheid er ons, Joden, toe n0­
<<pen, tijdelijk van dit regt afstand te doen.>> ,
l Van die billijkheid, die ons noopt feitelijk afstand te doen ,
l van ons grondwettig regt, hebben wij, trouwe volgelingen E
t
l l