HomeWat moeten en wat kunnen wij van een joodsch en algemeen godsdienstig standpunt verlangen van eene nieuwe wet op het lager onderPagina 19

JPEG (Deze pagina), 737.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.96 MB

PDF (Volledig document), 59.80 MB

i
l
1i
' treffende het godsdienstonderwijs zullen worden opgenomen;
A Behoef ik overigens nog te zeggen dat ik dàt, wat de
T Synode met zoo grooten aandrang verzoekt, van heeler
j harte wensch? Ik heb hetgeen ik daaromtrent denk en-
Yi verlang kort doch, naar ik meen, duidelijk in eenige
bladzijden (1) uitgesproken, en ik meen tevens wel te mogen
zeggen, dat ik daarmede bij alle mijne geloofsgenooten, -
dat wil zeggen, bü allen, die, tot den Joodschen stam
· jj behoorende, in <<de Leer>> << de levensboom>> zien <<voor
« allen, die zich aan deszelfs vruchten sterken>> - opregte,
hartelijke instemming heb gevonden. Betoogde ik, dat het
is << een eisch van regt>> en wet << dat de wet aan de
<< kerkgenootschappen den noedigen tijd voor het godsdienst-
<< onderwijs waarborge>>, met blijdschap begroette ik de
tijding, dat de Synode der Nederlandsch Hervormde
Kerk zich op het standpunt plaatste door mij ingenomen,
T denzelfden eisch doet hooren, met dezelfde bede den troon
Q des Konings nadert. En de heer Moens, geacht vertegen-
gi woordiger eener groote partij in den lande, welke ver-
? hooging van het peil der intellectueele ontwikkeling des
i volks op haar programma heeft geschreven, een man vol ijver
-, en werkzaamheid voor onderwijs en onderwijsbelangen, hij
haast zich de bekende circulaire uit te vaardigen. Volgens
het résumé, dat de << Nieuwe Bijdragen >> (No. 16. Sept. 1876)
en andere bladen daarvan geven, vestigt de inspecteur
il van het lager onderwijs in de provincie Utrecht daarin << de
aandacht van de gemeentebesturen in deze provincie »,
; o. a. << op den wensch der godsdienst­0nderwijzers, dat
<< hun onderwi_js niet alleen gegeven, maar ook ontvan-
<<gen worde, terwijl de kinderen uit de school komend,
<<dit niet zoo frisch en opgewekt als noodig is
(1) Hebben de Israëlieten als zoodanig belang hij eene herziening j
_ der Wet op het Lager Onderwijs? ’s Gravenhage, H. G. Susan, j
Qllz, 1876. Q
2
E , 1]