HomeEen woord over het anti-schoolwet-verbondPagina 8

JPEG (Deze pagina), 463.25 KB

TIFF (Deze pagina), 3.27 MB

PDF (Volledig document), 10.36 MB

. 6 ‘
zoolang zij de opleiding tot ,,Christelijke" deugden
belooft, niet neutraal genoeg is. De lïoomsch-
Katholiek, de orthodoxe lsraëliet, de radikaal, -
elk komt met zijn eigen klachten: onze openbare .
school kan niet aan allen voldoen! - Velnu, dat
beweren wij mede; maar daarom wensclien wij dat E
de openbare school niet als de school bij uit-
nemendheid in Nederland door de wet worde aan- i
gemerkt. `W verlangen dat zij niet de eerste ‘
maar de tweede plaats in onze sclioolregeling in- à
neme: het openbare onderwijs trede op ter aanvul­ ‘
ling, waar het bijzondere te kort schiet. j
Of dan het openbare onderwijs inderdaad als
het onderwijs bij uitnemendlreid wordt aangemerkt Q
door de wet? -­ Mijne vrienden, wie kan het { '
looclienen, als op art. 191 onzer Grondwet
let? De Schoolwet van 1857 is van dat artikel l
der Grondwet eigenlijk slechts een uitvloeisel. Wie i
eene andere regeling van het onderwijs begeerlijk ' i
acht, zoodat aan de onderscheiden richtingen en
aan de particuliere krachten beter gelegenheid tot j
zelfstandige werkzaamheid worde gegeven, moet het
beginsel in de wet, dat het openbare onderwijs
verheft boven het bijzondere, bestrijden. Daarom
acht ik het goed gezien dat het Anti­Schoolwet­ i
Verbond tegen art. 191 van de Grondwet optreedt.
ln dat artikel ligt het uitgangspunt, niet in de r
Schoolwet van 1857.
Reeds aanstonds blijkt de bevoorrecliting van het
openbare onderwijs, als gij art. 191 leest.
Het luidt aldus:
,,Het openbaar onderwijs is een voorwerp van
de aanhoudende zorg der regering. `