HomeEen woord over het anti-schoolwet-verbondPagina 5

JPEG (Deze pagina), 452.89 KB

TIFF (Deze pagina), 3.22 MB

PDF (Volledig document), 10.36 MB

i
l
2
begeerte is het, dat zulke scholen zich zóó zeer
jj vermenigvuldigen, dat de zegen van Christelijk
schoolonderwijs in steeds ruimer kring ons volk
ten deel vallen moge.
Y Maar wij richten immers zulke scholen op;
’ Grondwet en Sehoolwet laten dat toe. `Wat kun-
nen wij meer verlangen?
l Mijne vrienden, ik wensch niet ondankbaar de
waarde der betrekkelijke vrijheid, ons onder ’sl·lee-
i ren zegen meer dan vroeger gelaten, te miskennen.
Doch indien wij letten op de groote belennneringen
t ons, naar onze overtuiging uiterst onbillijk, in
den weg gelegd door de in ons land bestaande
wet; - dan valt het zeer spoedig in het oog dat
wij aan de wegneming dier opgeworpen hinderpalen
j moeten arbeiden: -­ wel niet arbeiden met ruw
jj geweld, maar toch standvastig, volijverig, vastbe-
raden. - En ik vertrouw dat velen uwer, dit over-
ll wegende, even als ik besliste voorstanders zullen
worden van het Anti-Schooolwet-Verbond.
[ Onze Schoolvvet, in 1557 na verscheiden vruch-
telooze pogingen tot stand gekomen, handhaaft,
i naar gij weet, het ook in de Y/Vet van lS06 ge-
volgde beginsel der gemengde openbare school.
` Voor de kinderen van Israëlieten, l{oomsch­Katho-
i lieken, Protestanten, orthodoxen, modernen, en
welke richtingen of sehakeeringen maar noemen
wilt, moet de openbare school gelijkelijk openstaan.
; Voor al die kinderen moet, volgens art. 23 der
l Schoolwet, het onderwijs dienstbaar zijn aan de
opleiding tot alle maatschappelijke en Christelijke
Y deugden; ­-­- doch zóó dat niemand in zijne gevoe-