HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 913.55 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

21 September 1928 te Zutphen, en op 2O Februari 1929 te ’s­Gravenhage,
welke mede ten doel hadden bezichtiging van voor het onderzoek der
l Commissie belangrijke beplantingen.
5
F Xfïïärïïàs De gegevens, die de Commissie bij het begin van hare werkzaamheden ,
j ` ten dienste stonden, bleken zeer schaarsch te zijn. Wel was het voldoende
Q bekend, dat afsluiting der wortels van lucht en vocht een schadelijken invloed l
uitoefent op de ontwikkeling van boom en plant, en dat deze schadelijke
l invloed voor verschillende soorten, groeiomstandigheden en gronden weer =
l verschillend is, doch bepaalde, geconstateerde feiten mêt betrekking tot den
rechtstreekschen invloed van het wegdek op de wegbeplantingen, waren de
j Commissie overigens niet bekend. A
j Onder deze omstandigheden moest getracht worden, om zooveel mogelijk
{ de gegevens, die wellicht bij verschillende diensten konden bekend zijn, te ‘
, verzamelen. i
l Navraag omtrent dergelijke gegevens uit het buitenland gaf een teleur-
l stellend resultaat. Noch uit Engeland, waartoe de tusschenkomst van het {
l Ministerie van Verkeer aldaar- werd ingeroepen, noch uit Duitsehland, V
l Frankrijk of België, waartoe de leden Prof. WESTERDI]K en de heer Hour-
l zAoERs met de betrokken diensten rechtstreeks in overleg traden, noch l
l ook uit de Vereenigde Staten van Noord­Amerika, waar het Bureau of
Public Roads zijne bemiddeling verleende, konden, behoudens hetgeen
hierna volgt, positieve mededeelingen worden verkregen, welke voor het i
onderzoek van de Commissie van nut waren.
Des te meer aanleiding was er dus, om te trachten, datgene wat in ons
land op dit gebied bekend mocht zijn, te weten te komen, waartoe het j
schrijven werd opgesteld, dat als bijlage 1 is toegevoegd. F
Dit schrijven werd toegezonden aan de Hoofdingenieurs-Directeuren van
den Rijkswaterstaat, aan Gedeputeerde Staten der Provinciën, aan het
Staatsboschbeheer, dat voor verdere doorzending aan enkele op dit gebied l
werkzame personen zorg droeg, en aan de besturen van de grootste gemeenten
des lands en verschillende andere gemeenten, die konden worden veronder- l
j steld, ten gevolge van wegenaanleg op hun gebied, met het onderhavige l
vraagstuk in aanraking te zijn gekomen. °
l Op dit schrijven zijn ingekomen 38 antwoorden, waarvan 5 waardevolle
mededeelingen bevatten, n.l. van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en l
Hilversum, van den tuinarchitect Smzmcnrt te Haarlem en den oud-plantsoen-
meester van Utrecht DEMER vAN DER GoN, terwijl enkele minder belangrijke
feiten werden genoemd in een zestal brieven, t.w. van de Provincie Groningen
en de« gemeenten Utrecht, Haarlem, Arnhem, Nijmegen en Bussum.
6
x
l
l .