HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 24

JPEG (Deze pagina), 870.15 KB

TIFF (Deze pagina), 8.10 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

. Z
I
m. Hoe waren de bermen ingericht? (
1. Hooger dan de rijwegverharding of niet, aard en hoogte van den
bermrand (trottoirband b.v.)?
2.. Waarmede bekleed (b.v. asfaltdeklaag met schelpen, klinkers, rt
tegels, enz.) of met gras begroeid? (
3. Waren er boomkransen, en hoe groot was hun binnenmiddellijn?
4. Had de berm een beperkte breedte, en zoo ja, waardoor werd
deze aan de andere zijde begrensd? (b.v. tweede rijweg, wellicht ü
ook met ondoorlatende verharding, of de kruinlijn van het talud
van het weglichaam; welke was die breedte?)
5. Hoe hoog lagen de bermen boven het omringende terrein?
12. Hoe was de afwatering van het wegdek? (over de bermen heen, of
trottoirs met goten, uitmondend in riolen, of dwarsopeningen in de ·
bermen enz.) .
p. Welke was de hoogte van den gemiddelden zomer- en winter-
grondwaterstand t.o.v. den kant van het wegdek of den berm; bevond fl
zich een sloot terzijde van den weg en op welken afstand van den
kant der gesloten verharding lag de waterlijn? T`
q. Was de weg blootgesteld aan weer en wind of beschermd door
begroeiing terzijde van de boomen?
2. Zijn door U dergelijke verschijnselen van een slechteren groei gecon-
stateerd bij wegbeplantingen, aangelegd nadat het gesloten wegdek was j .
aangebracht, of zijt U van meening, dat hier, bij een voldoende bermbreedte,
geen schade aan de beplantingen zal worden veroorzaakt? Welke is naar
Uwe meening de minimumbreedte, die hier aan de vrije bermen ware te
geven?
i l
3. Met welke sproeimiddelen en met welke teersoorten zijn wegen in
Uwe provincie (gemeente) behandeld, en zijn er aan beplantingen langs met
deze middelen behandelde wegvakken na de behandeling verschijnselen gecon-
stateerd als de onder 1 bedoelde? Door deskundigen?
4. Bestaat, zonder dat ziekteverschijnselen als bovenbedoeld aan veran-
deringen in het wegdek kunnen worden toegeschreven, de mogelijkheid, dat
,. • . .• . J
zij werden veroorzaakt door een overmatige productie van schadelijke uitlaat-
gassen van motorvoertuigen of door rookgassen van fabrieken, spoorwegen
enz. of gassen of dampen van chemische bedrijven in de nabijheid, dan
wel door directe blootstelling aan den zeewind?
Uw antwoord wordt gaarne zoo mogelijk vóór I5 ]uni a.s. ingewacht
en wel aan het adres van ondergeteekende, Mauritskade 47, ’s-Gravenhage. _ ;;
De Secretaris,
(get.) R. LOMAN.
i
l
.;l
zz ·
E