HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 21

JPEG (Deze pagina), 826.27 KB

TIFF (Deze pagina), 8.10 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

* De Commissie is echter van meening, dat:
10. bij de bestudeering van bovenstaande vraag, vooral rekening moet
worden gehouden met het gc/zcelc complex van werlqzaam/zeden, waaruit de
aanleg of de verbetering van de wegen in elk bepaald geval bestaat en niet
met het aanbrengen van een gesloten wegdek alleen;
2O. de meer of minder schadelijke invloed van de gezamenlijke factoren
weer afhankelijk is van velerlei omstandigheden als grondsoort, houtsoort,
vochttoestand in den bodem enz.;
go. in afwachting van de resultaten van verder onderzoek voorloopig
het volgende kan worden aanbevolen:
cz. er moet gezorgd worden voor voldoend breede strooken grond rondom
de boomen, welke strooken voor water en lucht doorlatend moeten
zijn en worden gehouden.
Ten aanzien van wegen buiten de bebouwing verdient het aan-
, beveling, dat er tusschen de boomen en den kant van de gesloten
verharding een afstand van tenminste 1,5o M., zoo mogelijk meer,
onverhard blijft, een maat, welke ook in het belang van het snelverkeer
niet kleiner behoort te zijn. Wanneer zich aan beide zijden van de
beplanting een gesloten wegdek bevindt, en een daarvan is een tegel-
pad, kan zoo noodig met een berm daartusschen van 2 tot 2,50 M.
worden volstaan.
Voor wegen binnen de bebouwing, waar een doorgaande strook,
i als hiervoren bedoeld, niet vrij van het verkeer c. q. ook van
wandelaars kan worden gehouden, is het gewenscht te zorgen, dat
rondom elken boom een oppervlakte grond los gehouden blijft, welke
zoo noodig wordt afgedekt met een boomkrans van passende afmeting.
Is in dit geval de grondwaterstand diep beneden het wegoppervlak
gelegen, dan is het noodig te zorgen voor voldoenden watertoevoer
naar de omgeving van den boom, zoodat niet al het regenwater wordt
afgevoerd in riolen;
b. het verdient aanbeveling te zorgen, dat zich onder het gesloten wegdek
geen schadelijke gassen kunnen verzamelen; waar noodig, zal gelegen-
heid zijn te maken tot afvoer daarvan;
c. het verdient aanbeveling noch voor wegmateriaal, noch voor
besproeiing, stoffen te gebruiken, welke voor beplanting schadelijke
bestanddeelen bevatten, tenzij zekerheid bestaat, dat deze laatste
de wortels niet kunnen bereiken.
I9