HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 20

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.10 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

I
bij ontgraving, deze wortels niet ver doorgedrongen; in den Rijksweg Har- ’
melen-Utrecht, bleken deze ziek, en in den Rijksweg Rotterdam-Don I
drecht kwamen wortels op een afstand van 2,10 M. uit de boomen bij een
diepte van 0,70 M. slechts zelden voor. j
Dit zou er mogelijk op kunnen wijzen, dat op deze drukke wegen de
sterke samendrukking van den ondergrond door het verkeer dezen te dicht
maakt om aan het wortelgestel het noodige te kunnen toevoeren.
Vermoedelijk is de toestand onder de niet gesloten wegdekken op Rijks-
wegen door het druk en overwegend autornobiclverkeer, waardoor bovendien
olie op het wegdek wordt gebracht, zoodanig geworden, dat noch de iep
en a fortiori noch de minder onder het wegdek groeiende boomsoorten daar
ter plaatse veel waardevolle bestanddeelen kunnen vinden.
Voor die soorten van boomen langs buitenwegen, die hun wortelgestel
hoofdzakelijk buiten de verharding ontwikkelen, zal de aanleg van een
gesloten wegdek ter plaatse van de bestaande verharding - mits deze aanleg
althans niet gepaard gaat met bijkomende werkzaamheden als op pag. 8 sub
cz-c genoemd, die ieder op zich zelf schadelijk kunnen zijn - dus geen
groote verandering te weeg brengen en zelfs het gunstig gevolg kunnen
hebben, dat het regenwater dan sneller naar de bermen en het wortelgestel
wordt gevoerd. I
Een nadeel kan zich doen gevoelen, voor zooveel betreft wegafdekkings-
materialen zooals teer, die wegens de chemische samenstelling bepaalde voor
planten- en dierenleven schadelijke stoffen kunnen bevatten, n.l. teerzuren,
waaronder in ’t bijzonder phenol. In de tegenwoordig gebruikelijke goede
soorten bij hooge temperaturen gedistilleerde wegenteer komt het in water
oplosbare phenol slechts in zeer geringe mate of in het geheel niet voor; men
behoeft in dat geval minder bevreesd te zijn voor schade aan de boomen dan
bij de vroeger vaak toegepaste ongezuiverde en sterk waterhoudende teer,
waaruit de schadelijke bestanddeelen zich gemakkelijker konden afscheiden
om met het regenwater naar de bermen te worden gevoerd.
In dit verband zij er ook op gewezen, dat het sproeien met stoffen, welke
dergelijke zuren bevatten, ter bestrijding van stofontwikkeling, voor beplan-
ting zeer nadeelig kan zijn.
Aä¤b<‘>V°1°¤ Resumeerende heeft het door de Commissie ingestelde onderzoek aan-
maatregelen. .
getoond, dat omtrent de vraag, in hoeverre gesloten wegdekken, (waaronder
zijn te verstaan verhardingen van asfalt- of van cementbeton, doch waartoe
ook verhardingen, afgedekt met een slijtlaag, kunnen worden gerekend) van
invloed zijn op de op, langs en nabij die wegen voorkomende beplantingen,
nog geen afdoend antwoord kan worden gegeven. Dit is ook niet mogelijk,
omdat eenerzijds het maken van gesloten wegdekken ­- althans bij buiten- ·
wegen 4 nog slechts sedert betrekkelijk korten tijd geschiedt en anderzijds
hierbij zeer waarschijnlijk factoren in het spel zijn, die pas in den loop van
meerdere jaren een merkbaar ongunstigen invloed op den groei der boomen
zullen uitoefenen.
18