HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

vi
l
P
!
Een zijtak van een wortel van een anderen boom reikte in horizontale
richting plm. 1,10 M. ver onder de klinkers. De wortels van verschillende
boomen reikten echter in de richting van het wegdek niet verder dan 1,25 M.
à 1,50 M. van de stammen. Tusschen de boomen - de berm was met gras ”
begroeid - was een krachtige wortelontwikkeling tot dicht onder de opper-
vlakte. Enkele wortels van deze eiken zijn door prof. WEsTERD1jK onderzocht;
zij bleken geen ziekteverschijnselen te vertoonen.
Dat eikeboomen wortels hebben, welke in den regel niet onder de
verharding doordringen, wordt typisch aangetoond op den weg langs de
Dedemsvaart, hierboven genoemd onder 10., waarlangs ook eiken stonden.
Deze hadden, in tegenstelling mêt de iepen, wortels, welke schuin naar
beneden gericht waren en niet tot onder de verharding reikten.
Omtrent de beworteling van 66 jaar oude beuken, voorkomende in den
reeds genoemden Rijksweg Oosterhout-Breda, blijkt geen afwijkend gedrag
in vergelijking met die der iepen; alleen waren de wortels van de beuken
hier wel gezond.
Intusschen is het onderzoek omtrent de beworteling der beuken nog
gaande. ‘
Voorts blijkt, dat in een enkel geval, bij camzdwpopulieren, een sterkere I
wortelontwikkeling heeft plaats gevonden, onmiddellijk onder of door een l
grindverharding, in een weg ten Noorden van Maasbracht langs de Maas, [
hetgeen mede de oorzaak moet zijn geweest van de vernieling van dien Y
weg bij hoog water.
De Commissie heeft gelegenheid gehad een groot aantal wortels,
stammen en takken van iepen, eiken en beuken, langs den weg den I
Haag-den Deyl te bezichtigen, welke wegens de wegverbetering waren
gerooid en merkte hieromtrent het volgende op: l
Tussehen K.M. 4200 en 5120 stonden iepen en beuken aan de westzijde i
van den weg. Vermoedelijk hebben deze, welke naast den bestaanden weg l
geplant waren, den van oudsher samengedrukten ondergrond onder de "
klinkerbestrating gemeden en zich westwaarts in den losseren ondergrond l
ontwikkeld, waartoe de aanwezigheid van een sloot aan die zijde mede zal
hebben bijgedragen.
De iepen waren oogenschijnlijk gezond, doch bij het vellen bleek van
vrijwel alle het wortelgestel min of meer aangetast. Professor WESTERDI]K
achtte dit een zeer oud rot, dat bij sommige exemplaren tot diep in den
stam was doorgedrongen, blijkens de verkleuring van het hout. Een positieve
invloed van het wegdek (van klinkers) op de wortels kan hier in ’t algemeen
niet worden aangetoond; de zwammen, die in alle onderzochte wortels
­ bleken voor te komen, zijn de gewone soorten; in een enkel geval van een-
zijdige aantasting der wortels aan de wegzijde is vermoedelijk de ingereden
klinkerverharding daarvan de oorzaak geweest. Het is immers wel mogelijk,
dat de wortels vóór den tijd van het automobilisme onder het wegdek hebben
kunnen doordringen en later door het dichtrijden van dat dek in ongunstiger
conditie kwamen te verkeeren (zie onder).
16
i

l