HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

de boomen een 2 M. breede niet-ingewalste steenslagverharding voorkwam en
daarnaast een keiverharding. De wortels der iepen van circa 50 jaar oud
waren op een diepte van 2O à 30 c.M. tot ongeveer 1 M. ver onder de
keibestrating doorgedrongen, alzoo tot ongeveer 3 M. uit het hart der boomen.
De ondergrond was tamelijk droog en bestond uit klei, vermengd met zand.
De wortels zagen er gezond uit.
30. Op den Rijksweg Harmelen-Utrecht tusschen K.M. 65 en 66,7, i
Stadsdam, werd een dichte beworteling der iepen aangetroffen, welke ook
onder het klinkerdek schijnt te hebben gereikt. De iepen waren naar schatting
meer dan 50 jaar oud en de ondergrond bestond uit klei. De toestand der
beworteling was hier minder gunstig; er waren verschillende doode wortels.
40. Op den Rijksweg Oosterhout-Breda tusschen K.M. 25 en 27,3
bleken de 40 jaar oude iepen een beworteling te hebben op enkele c.M. onder
den onderkant van de oude keiverharding, welke ongeveer 3% M. uit de
boomenrij lag. De ondergrond bestaat hier uit zand, vermengd met een
weinig zwarten grond, terwijl deze, doordat de grondwaterspiegel enkele
meters beneden het maaiveld ligt, tamelijk droog is. De wortels waren niet
gezond.
50. Op den Provincialen weg van de Meern naar Oudewater in de
‘ buurtschap Achthoven, bleken een 50-tal gerooide iepen van 47 jaar oud een
beworteling te hebben op 0,30 à 0,70 M. diepte onder het wegdek. reikende
tot de overzijde der verharding; de gezondheidstoestand was goed, behoudens
een geringe aantasting van drie der boomen door iepziekte.
60. Op den Rijksweg op Tholen van K.M. 7,940 tot K.M. 8,160 en
van K.M. 10,700 tot K.M. 10,970, hadden 70 jaar oude iepen, die 2 M.
c uit de kanrlaag der klinkerverharding stonden, een dicht met van wortels
R onmiddellijk onder en zelfs tot tusschen de voegen van de klinkers, reikende
over de volle verhardingsbreedte. De klinkers waren gestraat in een zandbed
op een ondergrond van klei en de grondwaterspiegel bevond zich 1,10 tot
1,70 M. onder het wegdek. De wortels waren gezond.
Bij het onderzoek, dat de Commissie zelf heeft ingesteld naar de
beworteling van eenige eiken, staande in een buitenbocht op den oostelijken
berm van den Rijksweg tusschen Zutphen en Brummen bij K.M. 23,8,
bleek het volgende:
De omstreeks 100-jarige eiken stonden plm. 2,50 M. buiten het klinker-
dek; de bodem was zwak leemhoudend zand. Vlak onder de klinkerlaag
was de grond steenhard. Zooals bij eiken te verwachten was, hadden zich
weinig vlakstrijkencle wortels gevormd. Van de zijwortels, die in de richting
van het klinkerdek waren gegroeid, waren slechts enkele tot onder de klinkers
doorgedrongen. De meeste zijwortels bleken, zoodra ze onder den rand van
het klinkerdek waren gekomen, plotseling afgebogen, als waren ze in hun
groei gestuit. Sommige waren in tegengestelde richting verder gegroeid,
and.ere gingen recht omlaag, terwijl de meeste sterke zijtakken hadden
gevormd, die recht naar beneden gingen (zie de bijlagen 3 tot 7). Eén
wortel was in een kleilaagje op 45 E1 50 c.M. diepte onder den onderkant der
klinkers tot plm. 1,85 M. binnen den kant der verharding doorgedrongen.