HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

het algemeen veel minder gevreesd behoeft te worden, dan in stedelijke
bebouwing.
p Het geval zou zelfs denkbaar zijn, dat een gesloten verharding in dit
opzicht gunstig werkte en wel doordat het hemelwater, dat op het rijvlak
E valt, hierdoor naar de bermen werd geleid.
? Hierbij dient ook niet uit het oog te worden verloren, dat een oude,
j veel bereden klinkerbestrating niet zoo doorlatend is voor vocht en lucht, als
I men allicht zou meenen. Integendeel, de grond hieronder is meestal zoo
j hard, dat men van een pikhouweel of beitel gebruik moet maken om dezen
open te hakken; daarin graven met een schop is onmogelijk.
De Commissie heeft een zoodanig geval aangetroffen in den Rijksweg
{ Arnhem-Zutphen bij K.M. 23,8 voorbij Brummen. De grond bestond uit
zwak leemhouclend zand; de laag onder de klinkers was steenhard. Het bleek,
l dat, nadat in deze harde laag een kuil was gekapt, het water daarin een half
l uur bleef staan, zonder merkbaar weg te zakken.
Of dit veroorzaakt wordt door het verstoppen van de poriën van het
l oorspronkelijke zandbed onder de klinkerverharding door allerlei fijne stof-
deeltjes, die door het hemelwater worden meegevoerd, of dat hier meer aan
een kolloid-chemische werking moet worden gedacht, waarbij de zandkorrels
tot een steenharde massa aaneenkleven, zou een onderzoek moeten uitmaken.
{ In ieder geval zal het gewenscht zijn, dat nog nadere gegevens worden '
è verzameld omtrent den toestand, waarin de grond verkeert, zoowel onder
niet moderne, zoogenaamde niet gesloten wegdekken, als onder de meer
moderne, volkomen gesloten wegdekken, in het bijzonder voor zooverre het
x · betreft den vochtigheidstoestand onder beide.
g In dit verband moge worden vermeld, dat de Commissie een aanvang
heeft gemaakt met het verrichten van bepalingen omtrent het watergehalte
van den bodem naast en onder wegdekken van verschillende samenstelling. *
Om een gegrond oordeel te kunnen vormen, zal men dit onderzoek moeten
E voortzetten, daar de voorloopig verkregen cijfers geen voldoende materiaal
opleveren voor het trekken van conclusies.
i Onderzoek Het feit, dat dus ook niet-moderne verhardingen in sommige omstandig-
l Omtrent _dC heden, wat afsluiting van den ondergrond betreft, vermoedelijk wel gelijk
äêävêrêïïaäij gesteld kunnen worden met een gesloten wegdek, heeft de Commissie, zooals
[ vêrhatdingeg gezegd, aanleiding gegeven een onderzoek in te stellen naar de wijze, waarop
de beplanting daar ter plaatse wortelt.
Uit de antwoorden, die op den in bijlage 2 afgedrukten brief zijn inge-
komen, worde het volgende aangeteekend.
i Icpeboomcn blijken in meerdere gevallen een beworteling te hebben, die
_g een eind weegs of soms wel geheel onder de verharding doorgaat. Voorbeelden
hiervan worden genoemd:
F 10. Op den weg langs de Dedemsvaart, nabij sluis 7, waarbij de wortels
g der 5o jaar oude iepen op de grens tusschen zand en veen juist boven de
waterlijn bedoeld zal zijn de kanaalwaterspiegel), zoowel onder een steen-
slagweg als onder een klinkerweg doorgingen tot in de buitengrens van den
tegenovergestelden berm. Deze wortels waren gezond.
g 20. Op den weg Walsoorden-Hulst, tusschen K.M. 2/3 en 4, waar naast
14 I
r
l
l
I