HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.05 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

_ Er zijn echter ook talrijke gevallen aan te wijzen, waarbij boomen in Gevallen
de onmiddellijke nabijheid van gesloten verhardingen tot nu toe geen enkel ïcn
teeken van verval hebben getoond. invlocdgvan
Op de Amstellaan te Amsterdam werden iepen en linden geplant op het gesloten
verhoogde voetpaden. Dadelijk na planting werden deze paden verhard met dek is WMP
een puinlaag en met teer afgedekt. De boomen werden geplant in 1923 en gcn°m°n‘
groeien nog steeds normaal.
Aan de Kalfjeslaan te Amsterdam staan 1160 boomen in verschillende
soorten; iepen, populieren, wilgen en esschen van 40 tot 50 jaar op gras-
bermen ter breedte van 3 tot 4 M. met slooten ter weerszijden. In 1924
werd deze weg geasfalteerd tot vlak langs de stammen der boomen, zonder
dat nadien eenige verandering in den groei er van kon worden geconstateerd.
Aan den Zuidelijken Wandelweg te Amsterdam staan 1130 jonge iepen-
boomen, geplant in 1916 en 1917, in de wederzijdsche grasbermen van 1 M.
breedte, aan welker buitenzijde een wandelpad, resp. ruiterpad van 3 M.
breedte is aangebracht. Rijweg en wandelpad zijn verhard met puin; het
ruiterpad bestaat uit zand. In 1924 werd over rijweg en wandelpad een
teerlaag aangebracht; aan de beplanting zijn nog geene nadeelige gevolgen
waar te nemen. De boomen staan hier eenigszins beschut, doordat de
bermen met hakhout zijn beplant.
In Rotterdam werd 14 jaar geleden het Beursplein voorzien van een
betonfundeering met houtbestrating, terwijl verhoogde voetpaden werden
gemaakt van cementtegels in zandbed, waarin de oude platanen kwamen te
staan op 1 M. van den trottoirrand, een voor groote boomen zeer ongunstige
positie. De platanen hebben van deze verandering niet den minsten hinder
ondervonden.
Langs de I-Ienegouwerlaan werd ongeveer 20 jaar geleden de middenweg
· als teersteenslagweg aangelegd. De boomen staan met het hart op ongeveer
65 c.M. uit den verharden weg. Zij groeiden zonder eenigen hinder, tot
in 1921 de iepziekte onder deze boomen begon op te treden.
Op de talrijke Rijks- en andere buitenwegen, die reeds meerdere jaren
met een gesloten wegdek zijn verhard, vaak tot dicht langs de boomen.
werden blijkens de vele ingekomen negatieve antwoorden tot nog toe geene
feiten geconstateerd, die op een sneller verval van die boomen wijzen.
Hieromtrent zijn in het buitenland wel ervaringen opgedaan; het Bèlèmmcrïng
· materiaal, dat de Commissie uit de Vereenigde Staten werd toegezonden, "a“"f"‘ï?"’ä“
· had in hoofdzaak op dit punt betrekking. ;(ï;ï;h;{;_
Daaruit bleek, dat gesloten verhardingen het eventueel uit leidingen onder lgkkagëg
het wegdek ontsnappend gas meer tegenhouden dan niet gesloten verhar-
dingen.
Dit geldt trouwens niet alleen voor het lichtgas. Ook schadelijke in den
bodem gevormde gassen. alsmede de producten der wortelademhaling zullen
bij een gesloten dek om de boomen, minder gemakkelijk of niet kunnen
ontwijken, waardoor vooral het koolzuurgehalte in den bodem te hoog wordt.
Een te hooge concentratie van het koolzuur is - onafhankelijk van een te
geringen toevoer van zuurstof tot de wortels in dergelijke gronden - zeer
schadelijk voor de boomwortels en dus op den duur ook voor het boomleven.
II