HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.05 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

trottoir staande, 4 dood, terwijl bij de overige boomen een zwakkere groei _
I werd waargenomen.
l In Utrecht werd het kwijnen van eenige boomen, staande in de Maliebaan,
resp. op den hoek bij de Maliestraat en de Nachtegaalstraat, veroorzaakt door
[ het vastloopen van de druk begane onmiddellijke omgeving van deze
boomen. De kleibodem ter plaatse wordt door het beloopen bedekt met een
X dichte korst, die water en lucht afsluit, zoodat a. h. w. een gesloten wegdek
j ontstond. Waar dit mogelijk was, werd de grond op een twee meter breede
strook ter plaatse van de boomrijen losgemaakt en ging men door het plaatsen
j van een laag hekje het beloopen van die strook tegen. Daarna trad langzamer-
E hand verbetering in.
E Van drie zware bruine beuken in het I-Ioogeland park, waar de Prinsesse-
; laan bij het Rozenpark in de Emmalaan overgaat, werd tot op 12,5 M.
{ afstand, de omgeving opzettelijk intact gelaten uit vrees voor het leven
daarvan. Nadat het grasveldje om deze boomen met puin verhard was, en
de weg, die er dicht bij loopt, met een teerpraeparaat bedekt werd, stierven
deze boomen.
, Een acaciaboom van de variëteit Robinia pseudoacacia tortuosa staat sedert
1898 midden op den macadamweg op de scheiding van I-Ioogeland en
VVilhelminapark en heeft het goed uitgehouden, totdat voor enkele jaren
de weg met een teerpraeparaat is behandeld. Sedert is hij achteruitgegaan,
zoodat men tot vellen heeft moeten besluiten.
j Gevallen van In enkele gevallen is geconstateerd, dat nieuw gcplcmtc boomcn door het
Sçhädc bil dicht zijn van het wegdek of de omgeving gingen kwijnen.
l nïïäglï lg; Beide hierboven genoemde gevallen hebben echter betrekking op een
P g ` algeheele afsluiting van den bodem rondom de boomen, zoodat dus hier
j de mogelijkheid van het vormen van de noodige wortels in een voor lucht .
en vocht toegankelijken berm niet bestond en van aanpassing als hierboven
genoemd, dus ook geen sprake kon zijn.
E Bij den hierboven reeds genoemden hoek van de Maliebaan met de
i Nachtegaalstraat, was het met het oog op het verkeer niet mogelijk bescher-
j mend hekwerk aan te brengen. Een krachtige jonge boom, geplant ter plaatse
E waar de oude was gestorven, onderging na twee jaar eveneens dat lot;
een linde, die daarna werd geplant, ging na twee jaar ook dood. Een
oplossing werd gevonden door om den voet van den boom, welke vervolgens
L werd geplant, een rond straatje van klinkers, van 1 M. straal, aan te brengen, ,
met het gevolg, dat deze in het leven bleef. _
In Rotterdam werden in 1926 aan den Strevelsweg Hollandsche klein-
ll bladige linden (Tilia cordata) geplant in een verhoogd voetpad van kool-
asch, dat reeds met spramex en schelpen was afgedekt. In dezelfde straat staan
linden in een klinkertrottoir. Reeds van het eerste seizoen af werd bij de
linden in het koolaschpacl een abnormaal gedrag geconstateerd: later uitloopen,
groei langzaam, enkele takken, die niet uitliepen en afstierven.
à Nadeeligeim Omtrent het veroorzaken van schade door de chemische samenstelling
j "l°*‘*d Wïgcns van gebruikte praeparaten zijn geen positieve berichten ingekomen.
de chemische
Q samenstelling.
IO
l
a
il