HomeVoorloopig rapport van de commissie inzake den invloed van het wegdek op de wegbeplantingenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 906.54 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 31.44 MB

De eigenlijk schadelijke invloeden, hetzij ten gevolge van het gesloten
wegdek als zoodanig, hetzij tem gevolge van de bijkomende omstandigheden,
zijn naar het oordeel van de Commissie als volgt in te deelen:
a. belemmering van toevoer van lucht;
b. ,, ,, ,, van water;
c. ,, ,, afvoer van schadelijke gassen;
d. afvloeiing van het wegdek van schadelijke bestanddeelen, bijv. teer-
producten;
e. mogelijke schadelijke invloed door van het wegdek teruggekaatste
hitte.
Hieronder volgt thans een overzicht van de verschillende ontvangen
gegevens, die in _verband met het voorgaande, volgens het oordeel der
Commissie, van beteekenis zijn voor het onderzoek.
Er is in verschillende gevallen geconstateerd, dat reeds korten tijd na het Gevallen van
aanbrengen van een gesloten verharding de algemeene gezondheidstoestand S¤had·=»¤=¤ h°*
der reeds aanwezige boomen naast die verharding achteruitging. ”‘mbr°”*;g€£n
Het snelst was die invloed te bespeuren in Hilversum, waar in de äïkïï gij
Sophialaan en de Emmastraat, reeds vier maanden na het aanbrengen der bestaande be-
gesloten verharding in 1927, opgemerkt werd, dat de 20 tot 80 jaar oude Pla¤*ï¤g€¤·
boomen kleiner blad en een ziekelijk voorkomen kregen, in het bijzonder
prunus, beuken en eschdoorns. De berm was hier ingericht als 5 M. breed
verhoogd voetpad, in het eene geval van grind, in het andere van termac
(met teer omhulde en in kouden toestand ingewalste hoogovenslakken).
Opgemerkt moet worden, dat de boomkransen 1 M. middellijn hadden, dat
het grondwater in deze lanen 3 tot 4 M. beneden de bestrating lag en dat
de afvoer van het hemelwater plaats had door riolen.
In Rotterdam aan de Brielsche laan werd een jaar na de spramex-
behandeling van een koolaschweg in 1925 geconstateerd, dat 25 tot go jaar
oude iepen in verhoogde voetpaden gingen kwijnen; hier werden ook de
voetpaden met spramex afgedekt. De boomkransen hadden 1,5 M. middellijn,
de plantgaten waren over 2 >< 2 M. opgevuld met kleigrond van 0,80 M.
dikte. De grondwaterstand was 1,60 M. onder het wegdek; de afvoer van
het hemelwater geschiedde door riolen.
C In Amsterdam gingen in de Sarphatistraat 40 tot 50 jaar oude iepen
(240 stuks), voorkomende in lange vluchtheuvels, na asfalteering ter weers-
zijden daarvan in 1912, eenigszins sneller vervallen, hetgeen zich uitte in
het vroeger afvallen van de bladeren en het ontstaan van vele doode takken.
De plantgaten, groot 2,50 >< 1 M., zijn gevuld met sintels en grond; deze
worden van tijd tot tijd losgemaakt. Tot nu toe is evenwel geen van die
iepen gestorven.
Op de Weteringschans aldaar gingen na het vervangen in 1911 van de
keibestrating door asfaltverharding, van 27 Pterocarya’s op 0,75 M. uit het
9