HomeAan wie de schuld?Pagina 56

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

er W E Mi
Q?] r
t il
j so
Ԥ den. Ook daarna was telkens herhaald geworden, dat Duitsch- I
land zich door niets zou laten weerhouden van zijn plichten als [
fQ bondgenoot. ln zijn rede van 4 Augustus heeft de rijkskanselier
· Qi het nog eens met zoovele woorden uitgesproken, dat Rusland
gg niet ongewaarschuwd was gebleven:
,,Zoodra de eerste betrouwbare berichten over militaire `
maatregelen van Rusland in ons bezit waran, lieten wij in ·
ä Petersburg vriendschappelijk maar met den meesten nadruk
_; verklaren,dat oorlogzuchtigevoorbereidingentegen
Oostenrijk ons aan de zijde van onzen bondge-
k genoot zouden vinden, en dat militaire maatregelen tegen-
over ons zelf ons tot tegenmaatregelen zouden dwingen."
Dit laatste, zeer zeker, behoefde nauwelijks gezegd te worden,
Q en aan wien het eerste werd gezegd kan naderhand niet rede- _
; lijkerwijs worden verweten, dat hij het zich voor gezegd heeft
H gehouden.
L Neen ­- de klaarblijkelijke en uit de ambtelijke gegevens
duidelijk aanwijsbare waarheid is, dat na het Oostenrijksche j
A ultimatum van 23 juli de hoop nergens meer zeer groot was,
dat de Europeesche vrede bewaard zou kunnen blijven. Daar-
naar is gehandeld, door toebereidselen tot den oorlog en door
pogingen om over het kleinere geschil een gemeenschappelijk ·
{ overleg tusschen de mogendheden, in grooteren of meer be-
perkten kring tot stand te brengen. Dit stuitte af op de onver-
zettelijke weigering van Oostenrijk en Duitschland. Daargelaten
wat op het allerlaatste oogenblik hun bedoeling moge zijn
geweest, de bemoeiingen voor het vergelijk onder leiding van
A Engeland zijn eerst belemmerd en daarna door Duitschland ver-
ijdeld geworden. Op zich zelf beschouwd was dit niets anders
dan de uitvoering van het onmiddellijk aangekondigde voor- g
E nemen, dat aan Europa slechts de keuze liet tusschen een ‘ "
beperkten oorlog en de onderwerping aan het gebod van Oosten-
rijk en Duitschland - én de algemeene worsteling, die van verzet ,
1 tegen dat gebod het gevolg zou zijn. e,
l En het is ten slotte niet vreemd, dat, bij het onderzoek naar j
;j de toedracht van zaken, men een wanhopige poging ontmoet
4 om zich voor tijdgenoot en nageslacht van de aansprakelijkheid ig
. vrij te pleiten. R 4 '
18 December 1914. __,______
J ` x'
é.,%jïïï° ­ -‘ï“ï,~“è,.§s, ·
Q P `lïfli
ä 4 ‘ ._.· ati.
« pt`) I"` ç`,;,‘;’{ç,‘
"‘£ï.;,:`,::.CLï­·”‘