HomeAan wie de schuld?Pagina 55

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 7.88 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

` 49
‘ Wij zeiden reeds niet te willen uitmaken, welke waarde aan
de bewering, dat de Oostenrijksche regeering te elfder uur
besloten had de Mogendheden over de Servische kwestie te
raadplegen, moet worden toegekend. Men weet, dat op 31 juli
de Fransche minister uit Weenen de mededeeling had gekregen,
die deze koncessie inhield. De kans bestond dus, dat te Peters-
burg vrij wel op hetzelfde moment de oorlogsverklaring uit
Berlijn en de bevredigende tijding uit Weenen zouden samen-
j treffen. En om die kans te ontgaan, om de mogelijkheid weg
te nemen, dat de boodschap van vrede achterhaald en krach-
teloos zou worden gemaakt, was het ophouden,wij zeggen niet
van de mobilisatie maar van het ultimatum, gedurende luttele
‘ uren voldoende geweest. Helaas, de Duitsche regeerders hebben
het een noch het ander gewild. Toen het een kwestie was ge-
worden, die van heden op morgen beslist zou moeten worden,
is de kleine of groote kans op een gunstige beslissing door
hen afgesneden met het nemen van een besluit, dat zeer wel
van heden tot morgen had kunnen blijven rusten. i
De verdedigers van de Duitsche zaak, met den kanselier en
den minister van Buitenlandsche Zaken voorop, vellen, zagen T
T we, hun eigen vonnis. Wat zij anderen te verwijten hebben
geeft slechts te grooter vat op den dader, die tegelijk een `
t valsche beschuldiger is. Ook indien van Duitsch standpunt en
mobilisatie en oorlogsverklaring geen dag en geen uur hebben
’ kunnen wachten, heeft men van dat standpunt niet het minste ·
‘ recht de Russen aan te klagen. De Russische minister, de Tsaar i
zelf, hebben onwaarheden gesproken, heet het. Doch wat doet T
het ter zake? Militaire toebereidselen zijn na, en mogelijk wel
. reeds vóór 23 juli, door alle betrokken goevernementen ge- T
nomen. Als Duitschland, wat wij op het woord van den rijks-
` kanselier aannemen, daarmee het langste heeft gewacht, is dit
_ . uit de voortreffelijkheid van de legerinrichting, steeds tot oorlog-
· voeren zooveel mogelijk gereed, te verklaren. De verzekering
van den Tsaar, dat de maatregelen niet tegen Duitschland waren
gericht, bevatte zeer mogelijk evenveel waarheid als de betui-
ging van den heer Bethmann Hollweg, dat de vredespogingen
. van Engeland met warmte door Duitschland zijn gesteund. Doch
zelfs in dit geval -waarom had Rusland, vragen we, zich n i et
tegen Duitschland mobiel mogen maken? Al op 23 juli, immers,
Vl was de bedreiging uit Berlijn gekomen, dat wie Oostenrijk zou
X willen hinderen, in Duitschland een bestrijder zou vin-
l