HomeAan wie de schuld?Pagina 39

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

? ss J
' dievan het opschorten der vijandelijkheden misschien ‘
als grondslag voor bespreking zou kunnen dienen." Denzelfden
, ' dag berichtte Grey dit gesprek aan de gezanten te Parijs en V
E Petersburg. 1
En thans ging de Engelsche minister aan het werk om de ‘
kleinere of grootere spanne tijds welke naar zijn opvatting nog ‘
` overbleef, voor zijn doel te gebruiken.
De D u i t s ch e regeering meende, zooals wij hebben geschreven, »
j de heer Grey het eerst voor zijn plan te moeten winnen. Nadat .
7 de Duitsche zaakgelastigste hem de zienswijze zijner regeering i
in de kwestie van Oostenrijk met Servië had meegedeeld, l
seinde Grey, 24 juli, naar de legatie te Berlijn. Den Duitschen
. vertegenwoordiger te Londen was door hem geantwoord dat Q
een gezamenlijk optreden van Duitschland, Italië,
Frankrijk en Groot-Britannië, gelijktijdig te Weenen
en Petersburg aandringende op gematigdheid, de ‘
eenige mogelijkheid bevatte volgens hem, Grey, in staat iets j
goeds uit te werken. f
P Den volgenden dag kwam uit Berlijn het antwoord, dat wij
reeds gedeeltelijk ter sprake brachten. Staatssekretaris Von Q
jagow had tegenover den Britschen gezant geen geheim ge-
maakt van Oostenrijks besluit om Servië te tuchtigen en op i
de verlenging van den bedenktijd zou wel geen kijk kunnen j
zijn. ,,Verder bleef de minister bij zijn gevoelen dat de krisis .
gelokaliseerd kon worden? inmenging van Rusland achtte hij '
niet waarschijnlijk. Het denkbeeld van een gemeenschappelijke
aktie der vier andere mogendheden vond overigens zijn bijval. i
,,Wanneer de betrekkingen tusschen Oostenrijk en Rusland ge- r;
spannen zouden worden, was hij geheel bereid zich te ver- .
` eenigen met uw voorstel." · ?
De door Oostenrijk in het vooruitzicht gestelde gelegenheid "
om, ondanks het verbreken der diplomatieke betrekkingen met
Servië, de onderhandelingen voort te zetten, maakte Grey nog J
denzelfden dag aan den heer Humbold, waarnemend gezant te ,
Berlijn, bekend. En dit denkbeeld, de mogelijkheid om voor den .
_ vrede te blijven arbeiden, ofschoon reeds aanstalten tot vijande­ j
lijkheden waren gemaakt, preciseerde de Engelsche minister in E
i de volgende kennisgeving aan zijn vertegenwoordiger:
,,Waarschijnlijk zullen wij nu spoedig mobilisatie van j
P ` Oostenrijk en Rusland zien. De eenige kans op vrede, als j